In den avond van 31 juli 1914 was de toestand gespannen. De overheid bleef op het stadhuis en wachtte de bevelen af; ik was van dienst op de Bestendige Wacht. Rond 11 uur ’s avonds werd het bericht ontvangen dat de algemeene mobilisatie moest uitgeroepen worden. Telefonisch moest ik al de politiewijken verwittigen, en meermaals onderrichtingen overmaken, de groote klok ‘Carolus’ van Onze Lieve Vrouwkerk begon te luiden en al spoedig stroomde de Groote Markt vol volk, dat langs alle straatjes kwam toegeloopen, zoodat op weinige oogenblikken deze plaats eene menschenzee geleek, die nieuwsgierig om het nieuws kwamen vernemen. Ook werden drij adjunkten gelast het nieuws te verkonden in geheel de stad en al dadelijk zagen wij soldaten van de opgeroepen klassen met pak en zak vertrekken, wat dan ook bleef voortduren.