Met den kapitein der genie Vanot verstonden wij ons uitstekend. Dagelijks gingen wij zijne werken bezichtigen wij hadden zelfs een roeiboot op het water geplaatst waarmee wij jacht maakte op de wilde eenden die op het water in grote menigte neerkwamen.

Ook bezocht kapitein Vanot ons iedere dag en kwam regelmatig op den post een glas wijn drinken, waar wij goed van voorzien waren. Hij was ons in bewaring gegeven door de officieren van de Lanciers en werd op zekeren dag naar Deurne gebracht, op auto’s geladen en begeleid door soldaten, die er onderweg reeds goed hadden aangezeten. Zij waren dan ook dronken toen zij er mede aan het gemeentehuis kwamen.
Nadat de bedienden op het gemeentehuis er allen eens goed van geproefd hadden werd hij geborgen in een klas der school waarvan de gemeente de deur verzegelde met twee zeer kleine vijsjes in het houtwerk te plaatsen en ze met een zegel te verbinden. Het was denk ik met inzicht gedaan de deur niet beter te sluiten om de burgerwachten ook eens van te laten genieten en het duurde dan ook niet lang of de zegels waren van de deur en de foerier ging regelmatig een inspectie houden. Hij bracht ons altijd van het beste Champagne, oude Cognac, fijne sigaren en sigaretten waarvan wij dan ook een goede voorraad hadden. Kapitein Vanot was van den toestand op de hoogte en kon het niet nalaten iedere middag eens te komen zien hoever het met den voorraad stond, zelfs de Commandant der Gendarmerie vond den Cognac opperbest en daar in de herbergen geen sterke dranken mochten verkocht worden telden wij den Commandant onder onze cliënten.

Kapitein Vanot niettegenstaande het verbod van den alcohol wist er toch aan te geraken, hij bestelde in de herberg waar hij gewoonlijk kwam een glas bier en vroeg daarbij ‘une verre d’eau du Schijn’, het was een jenever die hij dan in de keuken uitdronk.
Bij ons op den post was den toestand geheel in zijn smaak en telkens hij een paar glazen gedronken had en afscheid van ons nam zegde hij: “C’est excellent messieurs pourvu que ça dure… comme disait celui qui tombait de la Tour Eiffel. Het was een ronden joviale man.