Op de eerste dagen der bezetting van Antwerpen werd bij middel van aanplakbrieven de burgerwacht opgeroepen om zich aan te geven op de Commandatur. Het was om hen te beletten de grenzen over te gaan en dienst te gaan nemen in het Belgische leger. In Antwerpen waren Kapitein François en Majoor Albrecht gelast de naamafroepingen te doen, iedere week moesten de wachten bijeenkomen.
Hier in Borgerhout waren mr. Arthur  Bogaerts, mr. Van den Nieuwenhuyzen, mr. Van Beeck en ik voor de naamafroeping aangewezen. Meer dan de helft der wachten verschenen niet op de bijeenkomst die plaats had in de Patronage in tegenwoordigheid van eenige Duitsche officieren en gewapende soldaten. De reden der afwezigheid van vele wachten was, dat de lijsten der Burgerwacht van Borgerhout door de Duitschers niet gekend was. Reeds verscheidene malen had ons den overste gevraagd waar de controleboeken waren verbleven, doch telkens bleven wij hen het antwoord schuldig, toen op zekeren dag besloten werd de bureelen van den Luitenant-kolonel te gaan onderzoeken. Mr. Arthur Bogaert werd gedwongen de officieren te vergezellen, welke al de plaatsen in het huis doorsnuffelden en de meid ondervroegen doch tevergeefs van de lijsten was geen spoor te vinden.