Nochtans dat de Duitsche overheid er belang aan hechtte,bewees de huiszoeking die zij op het Gemeentehuis, in het huis van mr. Arthur Bogaert en Theo van Rijswijck deden.

Op een schoone morgen werd het gemeentehuis omsingeld door 200 soldaten, terwijl een officier het gebouw doorzocht van de kelder tot den zolder, evenzoo het huis van mr. Bogaert en dat van Theo van Rijswijck, waar ze dachten de boeken gevonden te hebben. Een der soldaten doorzocht den hof en had een zak ontdekt die in den grond verborgen was. Hij riep de officieren en met veel voorzichtigheid werd den zak voor den dag gehaald en opengemaakt. Men vond er slechts een voorraad peeën, parei en selder in.

Zoo eindigde de huiszoeking en wij dachten dat de zaak geheel vergeten, toen men ons op zekeren dag meldde dat twee Duitsche soldaten het huis van de Lt-Kolonel opnieuw hadden afgezocht en de boeken verborgen hadden gevonden onder den planken vloer van den zolder.