Den 25 December (Kerstmis). Er werd om 10 uren appel gemaakt in de duinen waar onze stukken stonden. En er werd eene toespraak gedaan van wege den kommendant, dat wij goed uit den woeste slag waren gekomen en ook dat we schoone leeden dagen hadden beleefd. Maar dat het nog niet gedaan was van ons Vaderland te verdedigen; dat we altijd ons best en onze moed moesten toonen. Er werd over gegaan van groote pakken en kassen open te breken. Ja, we werden vergast met fijne chocolade, sigaretten (zoo), tabak en pijp. En zoo was onze Kerstmis afgelopen.