De burgers allen in feestgewaad willen op het standbeeld van Leopold I. Het is echter bezet door politie en burgerpolitie. Men gebruikte geweld en eene patrouille Duitschers kwam onze mannen ter hulp.  Gansch de Leopoldsplein werd afgezet. Men wierp dan vanop den tram waar men er eenen te pakken kreeg. De Duitschers haalden hem eraf doch hij gaf er eenen een oorveeg en ging op de loop. Men ging de bloemen dan aan ’s koningspaleis leggen en welhaast was de Meir afgezet . Nu wandelde het volk allen op de Keyserlei, waar men vele te pakken kreeg die een Belgisch lintje droegen. Alzoo was er eene keukenmeid die liep met een net waarin zich een radijs, een citroen en eenen tomaat bevond. Keyserlei werd dan ook met veel moeite door een Duitsch officiertje rond als een tonneke en klein als een dwergje met een blank sabeltje afgezet. Nu begon het sport op de Groenplaats en de leien. De Groenplaats werd afgezet en op de leien zag men een burgerlijke auto der stad aankomen. De burgemeester J. De Vos en schepen Franck, want zij waren het die in de auto zaten, werden luid begroet, doch zij deden teken dat zij wilden spreken. Men zweeg en elk gaf aan zijne kant een rede. De burgemeester sprak in dezer voege en met tranen in de ogen: “Gaat aub toch naar huis, doet ons een plezier, de stad is reeds zwaar beboet, wat zou er van ons geworden als dit voortduurt “ enz. dan reed de auto een weinig verder en men begon opnieuw te spreken. Stilaan verminderde dan ook het volk en men kreeg tot straf: alle winkels en koffiehuizen moeten om 7 ½ ure B.U. sluiten.