Afzender: A. Kindt, Poulton-Fairlord (glos), Engeland

Geadresseerde: Mijnheer Buyssens en familie

Poulton-Fairlord, Engeland

 

Mijnheer Buyssens en familie,

Met wel genoegen heb ik dezen morgen uwe kaart ontvangen en and I am very glad that you and the family are getting on very well. Continuez de la sorte et je payerai le médecin. Wij zijn hier allen ook in goede gezondheid maar wij vervelen ons in dat dorp aan 5 per uur. Ook denken wij binnen een paar weken naar Londen te trekken. Het dorpje hier is Poulton bij Fairford en is 85 mijlen van Londen. Er zijn zoo ongeveer 3 à 400 inwoners en gezien den gang van den oorlog willen wij hier geen tweede winter doorbrengen.

Nu, ik heb me dikwijls afgevraagd, waar zijn al die mannen gebleven toen we de gare principal hadden verlaten. Gelijk ge weet trokken we naar Sint-Anneke. Bij de poort draaide ik me om en zag niemand meer. Gelijk ge weet was het onmogelijk tusschen die menigte te zoeken. Zonder moeite kon ik over de militair brug en in ’t Vlaamsch Hoofd stond er eenen trein gereed voor Oostende. Maar onderweg hoorde ik dat de Duitsche in Gent waren en daar we ons naar Gent moesten begeven, dacht ik dat is de moeite niet. In St.-Nicolaas veranderde ik en ’s avonds om 6 uren kwam ik in Terneuzen aan. Des anderendaags heb ik daar de familie gevonden. Twee dagen daarna waren wij te Vlissingen waar wij Mijnheer Slembrouck en familie vonden. Wilbrant. Demulder van (….). chef garde Robrechts enz. ’s Maandags zijn wij naar Londen vertrokken. Daar 4 dagen gebleven en dan en route pour Poulton. Dorpje dat we natuurlijk nooit zullen vergeten.

Veel vooruitgang heb ik niet gemaakt in de engelsche taal. Uit oorzaak dat waar ik kwam sy Engelsche lieden zy liever fransch spreken om zich te oefenen. Maar mijn twee klein mannen der (kinder)school gaan zijn er goed mee weg. Ook te Londen zullen ze een betere school kunnen hebben ten einde ten einde Vlaamsch en fransch en Engelsch te onderhouden.

Maar met de fiets jongen, ik geloof dat ik beter ben dan Kareltje Verbist. 11 uren naar Londen weg en weer. Op de fiets van Poulton naar Londen. Daar 5 dagen gebleven en dan terug per fiets 11 uren. De Engelschen zegden: ‘Hoe is het mogelijk?’

Maar waar is Rigolle verbleven, die met zijn familie met ons vertrokken is? Hij is zekers te Gent gebleven? Enfin, we zijn allen uiteen geslagen.

Over 14 dagen heb ik nieuws ontvangen van den jongsten schoonbroer die te Antwerpen is. Hij heeft eene wandeling gedaan rond de gare aux Bois, en zegt dat de sporen onzichtbaar zijn. Alles staat vol gras, het gelijkt juist een weide.

Ik heb 8 dagen in Gloucester geweest op het bureel der District good manager van de Great Western Railway. Inspectie gelijk ze bij ons zeggen. Het bureel was heel goed. Maar men moest eigenlijk een typewriter hebben, hetgeen ik natuurlijk nooit geleerd heb. Dan ik had 28/per week en moest er 3/per dag betalen voor logement dan 2/per week voor den trein om eens naar huis te gaan. Ik hield dus 5 schellingen over in een heel  week. Hetgeen natuurlijk onmogelijk is niet waar. In Londen zal het beter zijn. Ge weet mijn schoonbroer die voor den oorlog in Engeland was. Is nu bestuurder van een moteurfabriek (moteurs van vliegmachines) en eens te Londen zal ik hem in zijn geschriften helpen. Ik denk dat dit beter zal zijn dan typewriter en logement in Gloucester.

Jammer beste vriend Buyssens dat ge in Engeland niet zijt. Bijzonder in de County Gloucester. Er zijn plaatsen waar men zou zeggen zich in Zwitserland te bevinden. Schone bergachtige streek. Wat zullen we kunnen vertellen van dit alles als we terug in de Scheldestad zullen zijn. Was het maar heel spoedig hé? Maar wat denkt gij er over? Het gaat er maar heel traag en onzeker vind ik of er moet binnen kort een verandering komen. Wat gelijk de legers in Vlaanderen en Frankrijk staan en dit gedurende reeds maanden, kan toch zoo niet eeuwig blijven. De Mof moet eruit gerammeld worden. Die sm……pen.

Wat zegt en denk men zoo in Frankrijk over den oorlog. Heeft men daar goede hoop? En is den hoop gegrond. Ik lees alle dagen de ‘Matin’ van Parijs, maar die rammelt er maar over en zegt weinig.

Mijn jongste broer, volontair, is tegenwoordig in het gasthuis van St. Pair (Massche/Massele). Op de front had hij zijn voet verstuikt. Verleden week is mijn ander broeder, die cafeuren was, naar Calais vertrokken als brancardier belge. In welk regiment hij zal gaan, weet ik nog niet.

Over 4 maanden hebben wij ons portret moeten opsturen voor ons BeLies ten einde ons pasport te vervaardigen om als het oogenblik zal gekomen zijn naar Belgie te trekken om er dienst te doen. Maar wanneer zal het gebeuren.

Beste vriend Buyssens, ik wil eindigen en eens te Londen schrijf ik u wat meer nieuws. De beste groeten van ons allen hier aan u. Vrouw en kind. Schept maar moed en twijfel geen oogenblik aan het goed einde van den oorlog. Dat de moffen zoo grootsche kanonnen gebruiken en zooveel gas als ze willen. Plat zullen ze en plat moeten ze geschopt worden. Ons België moet en zal terug vrij komen. Wat zegt gij ervan Thélésphore.

Eenen warme handdruk van

Kindt

Poulton-Fairford (glos)

England

 

Indien ge verlangt naar Wilbrant te schrijven, ziehier zijn adres:

Victor Wilbrant
2 Carleton road
Londen N.

 

Oh nog iets! Deze morgen kregen wy eenen brief van Parijs van mijn schoonbroer. De timbres waren niet gestempeld en daar ik ze niet kan gebruiken in Engeland voeg ik ze bij mijnen brief. Ge zult ze beter kunnen gebruiken in Rouen dan ik in Poulton.