1) Boen Gustaaf Joseph, geboren te Antwerpen den 14 November 1892 Magdalenastr 29, diamantbewerker. 2) Van Quickelberghe Elodie Maria

 

Ten jare 1915 den 12 November

Wij Coopman Karel Adjt enz., melden dat gedurende het bestuurlijk onderzoek, gedaan als gevolg aan het proces-verbaal n° 442, in dato van 21 October 1915, en zijn bijvoegsel n° 444 in dato van 4 November 1915, aan den Heer Prokureur des Konings te Antwerpen gericht en opgesteld door den Heer Adjunkt Opziener Winne Alfons aan de 7e wijk (Dam) gehecht tegen de herberg Offerandestraat 25, en zijne houders, de genaamde Van den Berg Felix en Schins Charlotte, hebben wij de genaamde De Laet Joannna, werkmeisje , geboren te Antwerpen, den 321 Juli 1905, wonende thans bij hare moeder, Lange Loobroekstraat 89, de volgende verklaring ontvangen in ’t vlaamsch:

Ruim 6 weken geleden, den juiste data kan ik niet bepalen, op eenen avond rond 11 uren “Belgisch uur” gingen wij allen slapen. Kom zegde madame Van den Berg, wij gaan eens zien hoe die mannen bij een liggen, Mieke Van Quickelberghe en ik vergezelden vrouw Van den Bergh. Boven gekomen lagen Boom Gustaaf, Helin Corneel en Van Noort Jules samen in het bed, staande op de achterkamer van het tweede verdiep en in gebruik van Helin Corneel.

Mieke Van Quickelberghe heeft haar gansch naakt gezet, en is bij de drie mannen in het bed gekropen.

Gust Boen gebruikte haar. Van den Berg Felix de “Malou” zijne vrouw Schins Charlotte, Josken Claes, wonende op het tweede verdiep langs vooren en ik waren toeschouwers.

Omdat Boen Gustaaf te veel met de beenen sloeg terwijl hij Mieke Van Quickelberghe gebruikte hield van den Berg Felix zijne beenen vast.

Het dochterken van Jan Budts, dat nu te Schooten woont heeft ook gediend bij de “Malou” en zou nog al kunnen vertellen, want aan mij zegde zij “ Indien de “Malou” van mij iets zegt zal ik eens naar het politie bureel gaan”.

Na voorlezing volhardt en teekent met ons.

get. Jeanne De Laet                                                          get. Coopman

 

Van den Berg Felix, dokwerker, en herbergier geboren te Berchem den 20 Maart 1882, wonende te Antwerpen, Offerandestraat 25, onderhoord zegt in ’t vlaamsch:

“Van hetgeen De Laet Joanna vertelt is geen woord waar. Zij handelde uit wraak omdat wij ze afgedankt hebben”.

Schins Charlotte, herbergierster, geboren te Borgerhout den 28 November 1882, wonende Offerandestraat 25, onderhoord , zegt in ’t vlaamsch:

“Ik bevestig de verklaring gedaan door mijnen man Van den Berg Felix”.

Verstraeten Josephine, ‘Josken Claes’, werkvrouw geboren te Schriek den 18 Mei 1877, wonende te Antwerpen, Offerandestraat 25, onderhoord, zegt in ’t vlaamsch:

“Ik weet niets van hetgeen De Laet Joanna verklaart”.

Van Quickelberghe Maria Elodie, werkvrouw, geboren te Baerle bij Drongen den 8 Maart 1887, wonende Offerandestraat 25, onderhoord zegt in ’t vlaamsch:

“Er is geen woord waar van al hetgeen De Laet Joanna verklaart”.

Van Noort Jules ‘Julleken de koetsier’, geboren te Berchem den 2 Juli 1893, wonende te Antwerpen, Onze lieve Vrouwstraat 4, onderhoord, zegt in ’t vlaamsch:

“Hetgeen De Laet Joanna verklaart is niet waar”.

Boen Gustaaf, diamantslijper, geboren te Antwerpen den 14 November 1892, wonende Lepelstraat 14, doch meest Offerandestraat 25, onderhoord ,zegt in ’t vlaamsch:

“Al hetgeen De Laet Joanna zegt is niet waar.

Helin Corneel Jan, diamantslijper, geborente Antwerpen, 6 December 1894, er wonende offerandestraat 25, onderhoord, zegt in ’t vlaamsch:

“hetgeen De Laet Joanna verklaart is niets waar.

Geconfronteerd, houden allen hunne verklaring staan.

Somers Rosalie, vrouw De Laet, huisvrouw, geboren t/s 27 Maart 1877, er wonende Lange Looibroekstraat 89, doet de volgende verklaring in ’t vlaamsch:

“Groote ander halve maand geleden den juisten datum kan ik niet bepalen, ging ik in den herberg Offerandestraat 25, waar mijne dochter De Laet Joanna diende haar wasgoed halen. Terwijl ik in de herberg wachtte kwam de “Malou” van boven en vertelde aan mij en de aanwezige personen, die ik niet ken dat het oud bakkerken, die brood had gebracht Mieke Van Quickelberghe gebruikt had op hare kamer, hij toonde zelfs door gebaren hoe hij het gedaan had; hij zegde dat hij het spel had afgezien met zijne vrouw weggestopt achter de kleerkast of glazen kas, ik weet het niet goed meer”. Dan is er eene vrouw, die ik niet ken, met eenen hoed op binnen gekomen en aan ’t dansen gegaan met Mieke Van Quickelberghe, die intusschen beneden gekomen was, hunne rokken gingen zoodanig hoog dat zij alle twee hunne broek opentrokken en hunne geslachts deelen lieten zien. Mannen die ik niet ken, die in de herberg stonden riepen: Nog wat hooger dat we kunnen zien wie het langste haar heeft. De vrouw van de “Malou” riep dan naar achter, “Malou” nam een lintje of een draadje ik zag niet goed wat het was, gaf het aan een der mannen, die met twee vrouwen die gedanst hadden, naar achter onder de glazen koepel gingen. De vrouwen plaatsten zich ieder op een stoel, hieven hunnen rokken op en legden hunnen geslachtsdeelen bloot. De man met het lintje ging meten aan het haar tusschen hunnen beenen. Mieken Van Quickelberghe had gewonnen en er werd gedronken.

Terwijl den man aan het meten was nam Josken Claes mij bij den arm zeggende kom ook eens zien. Op dien oogenblik kwam mijn dochterken De Laet Joanna uit de keuken die aan de koepel paalt: ik sprong voor haar omdat zij deze onkuisheid niet zou zien.

’s Anderdaags heb ik aan mijn dochter gezegd dat zij haren post moest opgeven en het huis zoo……. mogelijk verlaten.

Dien zelfden avond is zij naar huis gekomen. Toen ik ’s anderdaags aan madame “Malou” ging vragen hoe het kwam dat mijn dochter het zou gauw ’t huis gekomen was, antwoordde zij: zij kan te goed klappen waar de bellekens steken, dat ze van Gust Boen gekregen heeft. Ik had deze oorbellen van Gust Boen gekregen om zijn kamer te kuischen, zegt de dochter De Laet Joanna, hij moet ze teruggenomen hebben”.

Na voorlezing volhardt en teekent met ons.

get. Soomers Rosalie                                                        get. Coopman

Wanneer wij aan Soomers Rosalie vragen waarom zij niet oogenblikkelijk deze feiten aan de politie heft bekend gemaakt antwoordt zij: Ik heb er dan niet aan gedacht het te doen. Nochtans zie ik nu dat ik het had moeten doen.

Na voorlezing volhardt en teekent met ons.

get. Soomers Rosalie                                                        get. Coopman

Van Quickelberghe Maria Elodie, onderhoord aangaande de verklaring gedaan de verklaring gedaan door Soomers Rosalia, vrouw De Laet zegt in ’t vlaamsch:

“Het bakkerken waarvan spraak, heet Fransken en kan wel 50 jaar oud zijn. Hij komt dagelijksch op mijne kamer om brood te brengen, gelijk hij doet voor de lieden van gansch den bouw.

“Malou” kan beneden niet gaan vertellen zij dat het bakkerken mij gebruikt heeft, want dat heb ik door hem nooit laten doen.

Van hetgeen Soomers Rosalie voorders verteld is niets waar “het is eenen doortrapten deugeniet. Haar man is krijgsgevangene in Duitschland en zij houdt zich bezig met andere mannen – ’t is te zeggen dat zij aanhouders heeft”.

Van den Berg Felix gezegd de “Malou” onderhoord aangaande de verklaring gedaan door Soomers Rosalie, vrouw De Laet zegt in ’t vlaamsch:

“Daarop kan ik niets antwoorden want ik weet niets waar zij die leugens gaat halen. Soomers Rosalie is zelf een ondeugend mensch, die met drie à vier mannen loopt terwijl haar man krijgsgevangen zit. Zelfs wanneer haar man nog ’t huiswas betrapte hij haar met een andere man op eene kamer in haar eigen huis”.

Schins Charlotte onderhoord aangaande de verklaring gedaan door Soomers Rosalie, vrouw De Laet zegt in ’t vlaamsch:

“Hetgeen Soomers Rosalie verklaart is niet waar. Hoe zou ik en mijnen mans ons kunnen wegsteken in eene glazen of kleerkast om Van Quickelberghe af te spieden wanner er zulkdanige kassen niet bestaan in de kamer van Van Quickelberghe.

Ik bevestig daarenboven gansch de verklaring gedaan door mijnen man Van den Bergh Felix. Ruim 2 ½ jaar geleden is Soomers Rosalie met haren aanhouder Frans Haemers eene gemeubelde kamer komen huren. Haemers is nu in Holland.

Drie weken nadien vernam ik dat zij gehuwd was want hare kinderen kwamen schreien naar hunne moeder. Haar echtgenoot is dan gekomen en heeft ze naar huis doen gaan. Soomers Rosalie is een slechte vrouw. Haar dochters van 18 en 14 jaar deugen ook niet”.

Verstraeten Josephina ‘Josken Claes’ onderhoord aangaande  de verklaring gedaan door Soomers Rosalie, vrouw De Laet zegt in ’t vlaamsch:

“Van hetgeen Soomers Rosalie verklaart is niets waar. Drie maanden geleden heeft zij mij iets verteld van haar weken bij “de Malou” met Mieke Van Quickelberghe maar persoonlijk weet ik van niets”.

Volgens genomen inlichtingen is de zaak, die trek heeft op het tegenwoordig proces-verbaal in handen van den Heer onderzoeksrechter Denis.

Waarvan akte den 16 November 1915

(get) Coopman