Teysen Benedictus geboren te t/s 31-10-1872, wonende Boerhavestraat 99, bakkers….., beticht met aanslag op de eerbaarheid van een minderjarig kind.

Ten jare 1915 14 November.

Wij Troch julius, Adjt Com van politie 5e wijk hebben van Van Rompaey Maria, geboren te Wijneghem 1871, vrouw Van Olmen, wonende t/s Touwstraat n° 4 de volgende verklaring ontvangen.

Mij stiefdochter Van Olmen Maria Joanna Charlotte, geboren t/s 14-4-1900 schijnt berucht te zijn, zij wilt mij niet zeggen met wien zij te doen heeft gehad, zij is nog niet geregleerd, maar zij wordt zoo struisch en hare borsten worden zoo dik dat ik vermoed dat zij zwanger is. Aan eene vrouw van de schijnpoort moet zij verteld hebben dat de vader van hare vriendin haar zou gebruikt hebben.

Van Olmen Maria Joanna vermeld hier boven verklaart:

Ik was vroeger vriendin met Josefien Theysens wonende t/s Boerhavestr n° 99 met toestemming mijner ouders ging ik soms bij haar slapen. Over 4 maanden op eene avond rond 10 uur was ik wederom naar huis gegaan. Ik had den sleutel der voordeur van haar, en kon binnen als ik wilde. Als ik in de keuken kwam trof ik haar vader daar alleen aan, Josephien was een boodschap doen, ik zegde hem dat ik ook naar bed ging in het klein plaatsken achter zijne slaapkamer beneden. Hij volgde mij op en als ik gedeeltelijk was uitgekleed wilde hij mij niet in ’t bed laten slapen. Hij stak zijn hand onder mijn hemd tusschen mijne beenen. Hij heeft mij dan rechtstaande gebruikt. Wij vragen haar ons meerdere uitleg te geven, zij antwoordt: Ik heb zijn ding vastgehad. Hij zat op zijn knie en ik stond er recht voor, het maar eens plaats gehad. Hij heeft mij niets gegeven noch beloofd en mij geen pijn gedaan. Ik heb nooit met jongens of andere manspersonen in aanraking geweest. Bakker Theysens heeft mij gevraagd als hij mij gebruik had er van niemand over te spreken.

Het is maar eens gebeurd en hij heeft mij nooit anders iets gevraagd of lastig gevallen, alhoewel ik nog dikwijls bij hem ’t huis geweest ben.

Hare stiefmoeder herneemt:

Mijn stiefdochter is een bedorven kind, hare zuster liep ook al de keyzerlei op, zij was nog geen 17 jaar. Nu speelt zij de hoer in Holland. Ik weet dat Marie Van Olmen kennis had met eene jongen van 14 jaar, het zou mij niet verwonderen dat zij daarmede ook al wat heeft uitgestoken, want het is een deugeniet, die niet te betrouwen is. Zij kan liegen dat zij het zelve geloofd. Zij is uit een gesticht op Zurenborg buiten gezet om een meisje met een mes gesneden te hebben. Ik heb haar ook eens verrast dat zij met haren broeder boven iets onzedig aan ’t verrichten was.

Zij heeft mij of haar vader nooit een woord gesproken over den aanslag die bakker Theyssens op haar zou gepleegd hebben.

Teysen Benedictus, zie kant onderhoord verklaart:

Mijne dochter liet het meisje Marie Van Olmen bij haar slapen om wat hulp te hebben en omdat zij ’t huis schier geen eten en slapen had. Zij had mij dat gevraagd en ik was daar tevreden mede.

Zij heeft zoo 1 ½ maand dan bij ons vernacht, zij was overdag  ook bij ons omdat hare moeder haar had buiten gezet. Ik heb er nooit een hand aan uitgestoken en het is onwaar dat ik eenen aanslag op haar gepleegd heb. Ik ben daaraan zeer onschuldig.

Zij is nooit alleen bij mij ’t huis geweest, want als mijne dochter niet ’t huis was kwam zij niet binnen, gewoonlijk was ik ’s avonds van huis weg.

Wij stellen hem in tegenwoordigheid van Van Olmen Marie deze  verklaart:

Het is hij die met mij vuile manieren gedaan heeft in de slaapkamer. Hij legde mij eerst op ’t bed, maar ik sprong er af, dan stak hij zijne hand tusschen mijn beenen. Ik weet niet of hij mij iets gevraagd heeft om mijne beenen open te doen. Ik heb zijn vleesch niet gezien en niet vastgehad. Hij stond recht voor mij en moet mij zoo gebruikt hebben. Dat heeft eene minuut of 10 geduurd. Er was geen licht in de kamer. Ik heb op niemand geroepen omdat er niemand ’t huis was.

Theysen antwoordt:

Ik heb nooit hand of vinger aan haar uitgestoken, dat meisje liegt.

Van Olmen Marie zegt:

Ik lieg niet. Gij hebt mij gebruikt in uwe slaapkamer, dat is geheel zeker waar, over 4 weken heb ik het voor de 1e maal verteld aan Vervaat Valentina, wonende Schijnpoortweg 15.

Theysen herneemt:

Het is onwaar. Ik heb dat kind niet aangeraakt.

Wij stellen bakker Theysen in tegenwoordigheid der stiefmoeder deze zegt:

Mijne stiefdochter heeft mij gisteren maar eerst verteld dat bakker Theysen het er ingestoken had. Ik weet niet of ze zwanger is, ik denk het omdat zij zoo struisch wordt.

Ik heb de middelen niet om haar door eenen dokter te laten onderzoeken.

Theysen zegt nog eens:

Ik heb uwe dochter nooit aangeraakt, het zijn pure verzinsels.

Wij verkeeren in ’t gedacht dat het meisje hoegenaamd niet zwanger is.

Waarvan tegenwoordig proces-verbaal van inlichtingen om aan den heer Prokureur des Konings t/s verzonden te worden.

Waarvan akte, datum als boven

(g) Troch