Liekens Alfons Cornelis, geboren te Duffel, 6 Mei 1883, wonende t/s, Boerhaavestraat 58, lustermaker, beticht van overtreding.

1e) Van Humskerken Frans, geboren te Beersel, 26-11-1862, wonende t/s Generaal Van Meerlenstraat 26, fabriekwerker.

2e) Stappaerts Petrus Jozef, geboren te Moll, 6-10-1868, wonende t/s Lge Beeldekensstraat 302, wattman.

3e)Dorssernant Alfons, geboren te Moll, 12-5-1877, wonende t/s Touwstraat 21, tramontvanger.

Ten jare 1915, den 18 November.

Wij Joosten Jan, adjt commissaris 5e wijk, ingevolge bijgaande brief n° 228-3 van 12 dezer, van wege de Cie Générale des Tramways d’ Anvers hebben opvolgenlijk onderhoord: Liekens Alfons Cornelis (zie kant) welke in ’t vlaamsch verklaart:

“Den 21 September laatst, in den namiddag kwam ik inderdaad met een rijtuig uit de Boerhaave, den Pothoek ingereden, doch niet in groote snelheid. Mijn paard gleed ietwat uit, en alzoo raakte ik met den dissel dan achterkant van een tramvoertuig dat uit de richting der Schijnpoort naar de Lansge Beeldekensstraat kwam gereden. De wattman heeft niet gebeld”.

Wij onderhooren als aangegeven getuigen: Van Humskerken Frans (zie kant) welke in ’t vlaamsch de verklaring van beklaagde ten volle bevestigt.

Stappaerts Petrus (zie kant), welke zegt in ’t vlaamsch:  Den 27 September l.l. rond 3 ½ ure ’s namiddags kwam ik als wattman met het tramrijtuig n° 335 gereden van de Schijnpoort naar de lange Beeldekensstraat, toen ter hoogte van de Boerhaavestraat , eene dogcar in groote snelheid kwam aangereden. De voerder toen hij het tramrijtuig bemerkte, trok zoodanig  zijn paard in, dat het op de knieën gleed. Desniettemin raakte de dissel van zijn rijtuig den achterkant van het mijne en beschadigde het. Ik heb stellig en bijtijds gebeld.

Dorssernant Alfons (zie kant) welke in ’t vlaamsch eene gelijkaardige verklaring aflegt:

De aangegeven getuigen De Visser en De Jongh kunnen wij niet onderhooren daar zij Merxem bewonen.

Waarvan akte

(get) Joosten