Ten last van Verhoeven Arnoldus Jozef Cornelis, geboren te Tilburg 25-3-1876, wonende t/s Diepestraat 139/7.

2) De Deken Jan Bt , geboren 18-2-62, opkooper, wonende Diepestraat 139/4.

Schreppers Anna, geboren t/s 34-9-71, naaister, wonende Diepestraat 139/7.

Langelet Petrus, geboren t/s 1855, dokwerker, wonende Diepestraat 139/6, alle beticht met wederzijdsche slagen.

De 1e met verbrijzeling van afsluiting, dronkenschap.

Getuigen De Cleer Jozef en De Hesselle Frans agenten van politie.

Ten jare 1916, den 9 Januari om 4 ¼ ure namiddag.

Wij Toch Julius, adjt enz., hebben van De Deken Jan, geboren t/s 18-2-62, opkooper, wonende Diepestraat 139/4, de volgende klacht ontvangen.

Terwijl ik achter was hoor ik hevig op mijne voordeur kloppen en nadien op die van neven mijn huis. Als ik mijn hoofd buiten steek zie ik mijne gebuur welke dronken is mij uitscheldende  voor lafaard, komt hij tot mij en slaat mij met de hand in het aangezicht. Ik duw hem weg dat hij op het heksken valt. Zijne bijzit Anna Schreppers kwam dan naar mij en sloeg mij ook in het aangezicht. Ik stond met mijne broek in de hand en kon niet terug slagen.

Mijn gebuur Verhoeven had den duivel in ’t lijf, hij wilde en moest vechten, en omdat mijn ander gebuur Piet Langelet niet buiten wilde komen sloeg hij vier ruiten bij hem uit.

Langelet Petrus, dokwerker geboren t/s 1858, wonende Diepestraat n° 139/6 doet ons de volgende klacht:

Arnold Verhoeven kwam den 9 Januari om 4 u dronken ’t huis. Hij was aan ’t schelden, sloeg eerst op de deur van De Deken en dan op die van daarneven.

Jan De Deken komt met de broek in de hand aan de deur, en na  dat Verbruggen hem uitgescholden had voor lafaard, gaf hij hem een slag in het aangezicht. De Deken duwt hem weg dat hij op het heksken te nauwen komt. De bijzit van Verhoeven komt naar De Deken geloopen en slaat hem ook op het aangezicht.

Ik ben dan naar ’t bureel geloopen. Intusschen heeft Verhoeven langs achter vuiligheid en pannen over ’t schutsel geworpen, en omdat hij nog dat wij niet buiten kwamen, sloeg hij 4 ruiten uit van 6 frs samen.

Ik ben dan buiten geloopen met eene bijl, zoo gauw hij mij zag sloeg hij met den knuppel, waarmede hij mijne ruiten verbrijzeld had. Op het been boven de knie dat het geheel blauw is (hij toont ons de blauwe plekken), mijn vrouw riep Piet, Piet sla niet met dien bijl, en dan heb ik ze binnen gezet zonder er mede gelagen te hebben.

Verhoeven Arnoldus werd door onze agenten J. De Cleer en De Hesselle in dronken toestand met wonden aan de rechter slaap, de wijs en midden vinger van de rechter hand is hevig bebloed, ten bureele geleid.

Wij onderhooren hem en hij verklaart:

Ik kwam rond 4 u ’t huis, Jan De Deken zegde dat ik een halven Duitsch was met voor den Duitsch te gaan werken, toen sloeg met een ijzer en bracht mij de wond toe aan het hoofd.

Piet Langelet kwam af en sloeg mij ook. Ik heb nog tegen geweerd, die ruiten heb ik niet in stuk geslagen.

Wij onderhooren hem op 10e dezer opnieuw in tegenwoordigheid van klagers, hij antwoordt:

Mijne geburen zijn kwaad omdat ik voor den Duitsch gewerkt heb, en bezien mij niet meer, zij zeggen achter mijnen rug dat ik een lafaard ben, dat speelde in mijnen kop.

Ik vroeg als ik ’t huis kwam wat er van die lafaard te zeggen was.

Jan De Deken sloeg mij eerst in het aangezicht, ik sloeg terug en zoo begonnen wij te vechten. Langelet kwam buiten en sloeg ook op mij. Ik wilde weten waarvoor men mij voor lafaard uitmaakt en omdat zij niet buiten kwamen sloeg ik de ruiten uit. Ik zal die betalen zoo als ik kan met afkortingen.

Langelet antwoordt:

Gij moet vechten want gij waart als een zot.

Wij spreken er niet meer aan en late ugerust.

De wonde aan uw gezicht heb gij bekomen met op het heksken te vallen en die aan de vingeren met mijn ruiten uit te slagen.

Verhoeven antwoordt:

Gij verteld dat ik een lafaard ben. Die wonde heb gij mij toegebracht met die bijl.

Langelet loochent

Schreppers Maria (zie kant) verklaart:

Ik heb Jan De Deken eenen slag gegeven, omdat hij met zijnen broekband sloeg op Verhoeven. Ik heb deze binnen getrokken, maar hij was te collerig hij sloeg de ruiten uit. Wij zullen ze doen inzetten. Het moet Piet Langelet zijn die Verhoeven met de bijl op het hoofd galagen heeft.

De slagen hebben aan Verhoeven 2 à 3 dagen onbekwaamheid tot werken veroorzaakt.

Waarvan akte, datum als boven.

get. Toch

N.B. Onze politie agenten De Cleer en De Hessselle Frans maken ons het volgende verslag:

Op 9 Januari om 5 ¼ namiddag worden wij geroepen Diepestraat 139, waar Verhoeven Arnold wanorders verwekte en de ruiten van zijn gebuur had uitgeslagen. Ter plaats stelden wij nog vast dat hij dronken was en hevig bloedde uit eene wonde boven het rechter oog en aan 2 vingeren, van de rechterhand.

Wij leiden hem ten bureele waar hij verzorgd is geweest.

get  Toch