PV 339 – Naveau Georges Henri, geboren t/s 13-7-1900, wonende te Antwerpen, Dambruggestraat 278, fabriekswerker, beticht met slagen en wonden.

2) De Grave Domien, geboren t/s 27-1-1892, wonende te Hoboken, Moretusburg 3, werkman, beticht …….. met slagen zonder onbekwaamheid tot werken.

Van der Heyden Louis, geboren t/s 2-12-1899 wonende te Antwerpen, Lange Zavelstraat 3, fabriekswerker.

Ten jare 1916, den 28 Februari.

Voor ons coopman Karel, adjt com van politie 5e wijk, is verschenen de genaamde De Grave Domien (zie kant) doofstom en overhandigd ons bijgaande in potlood geschreven klacht ontvangen in ’t vlaamsch. Hij is niet in staat meer uitleg te geven want wij hebben hem twee en drie maal zijne klacht doen herschrijven.

Uit zijne gebaren verstaan wij dat hij op den hoek Dambrugge straat en Lange Beeldekens straat ruzie gehad heeft met twee tot nu toe onbekende jongelingen die hem gestampt hebben tegen de beenen en dat een van hen hem bij middel van een mes eene steek in de linker wang heeft toegebracht alsook eene lichte snede in den hals; dat hij met hen in gevecht is geweest en aan een der twee kerels bijgevoegde soepkaart op de naam van Georges n° 4959 van het “Antwerpese komiteit voor hulp” openbare eetzaal Trapstraat heeft weten af te nemen. Jan is verzorgd geworden in het gasthuis Stuivenberg en huiswaarts gekeerd. Hij is niet in staat het signalement der twee jongelingen in kwestie op te geven. De drager der soepkaart is Naveau Georges Henri, geboren te t/s (zie kant) onderhoord aangaande het feit ten zijnen laste gelegd, zegt in ’t vlaamsch:

“Dezen morgen, rond de middag bevond ik mij met mijnen vriend Vander Heyden Louis aan den hoek der Dambrugge en Beeldekensstraten. De doofstomme zag naar mij en mijnen vriend, en wij zagen naar hem. Hij is dan op Vander Heyden afgegaan doch deze nam de vlucht, dan is hij op mij afgekomen en bracht mij eenen  vuiststomp toe in het aangezicht, ik bracht hem eenen stamp toe tegen de beenen en eenen vuiststomp in het aangezicht, daar ik juist mijn pennemes in de hand had om er mede aan mijne soepkaart te snijden kweste ik den doofstomme. ’T Is zijne schul, hij moest mij niet aanpakken en slagen.”

Het pennemes dat Naveau ons toont, slagen wij aan en leggen het ter griffie der Rechtba,nk om te dienen als bewijsstuk.

Vander Heyden Louis, fabriekswerker (zie kant) zegt in ’t vlaamsch:

“Ik bevestig de verklaring gedaan door Naveau”

Aangezien klager De grave Domien Jan te Hoboken, Moretusburg 3 woonachtig is, hebben wij hem niet kunnen onderhooren aangaande de verklaring gedaan door Naveau noch zijnen staat van inlichtingen kunnen maken.

Waarvan akte, den 3 maart 1916

(Get) Coopman

N.B. Wij weten ook niet of ja of nee De Grave heeft kunnen werken door de bekomen slagen en wonden.