2e bureel
700 # 986

Stad Antwerpen
Gemeenteraad
Zitting van maandag 29 mei 1916
Proces-verbaal – uittreksel

Politie – personeel – afwezigheden tijdens de beschieting

De Raad, herzien zijne beslissingen van 22 November 1914 en van 26 Januari 1915, betreffende de bestraffing van stadsbedienden die vóór, tijdens of na de beschieting van October 1914, de Stad verlieten,

Beslist:

Voor wat de adjunct-commissarissen en agenten betreft die, ten hoogste drie dagen, afwezig waren voor het in veiligheid brengen van vrouw en kinderen of anderszins, worden de hiernavolgende straffen bepaald:

1° voor de officieren: ambtelijke berisping;

2° voor de agenten: ambtelijke verwittiging

3° voor allen: verbeuring van den jaarlijkschen opslag gedurende een jaar

Deze maatregel zal derwijze toegepast worden dat, zoolang de opslag theoretisch verleend wordt, aan gansch het personeel, zulks ook zal geschieden voor de hoogerbedoelde adjunkten en agenten en dat zoodra de opslag wezenlijk toegekend wordt, aan de niet bekeurde officieren en agenten, hij nog gedurende een jaar enkel theoretisch zal verleend worden aan de gestraften.

Deze zullen derwijze hunnen rang van verdienste behouden.