2e bureel
700#882

Verordening betreffend vergaderingen en vereenigingen
Onder opheffing der Verordening van 16 Januari 1915 betreffend vergaderingen en politieke vereenigingen verorden ik wat volgt:

Art. 1.
Vergaderingen in open lucht zijn verboden

Art. 2.
Openbare vergaderingen zijn verboden, indien er politieke aangelegenheden moeten ter bespreking komen en daarover dient beraadslaagd te worden. In alle andere gevallen is een voorafgaande toelating nodig.

Art. 3.
Voor besloten vergaderingen is ook eene voorafgaande toelating noodig. In plaats van een toelating volstaat  de voorafgaande kennisgeving, wanneer het vergaderingen met zuiver kerkelijke-, gezellige-, wetenschappelijke-, beroeps- of kunstdoeleinden betreft.

Art. 4.
Voor vergaderingen met godsdienstige doeleinden en zittingen van overheden, is noch toelating noch voorafgaande kennisgeving noodig.

Art. 5.
Bevoegd tot het verleenen der toelating (artikel 2 en 3) en het aannemen der kennisgeving (artikel 3) is de Plaatskommandant en bij ontstentenis, de Kreis-chef. De toelating moet ten minste 5 dagen te voren aangevraagd, de kennisgeving ten minste 3 dagen te voren meegedeeld worden. Plaats, tijd en doel der vergadering moeten worden aangegeven.

Art. 6.
Verantwoordelijk voor overtredingen van de voorschriften onder artikel 1 tot 3 zijn niet enkel de beleggers, de inrichters en leiders, maar ook de deelnemers aan de vergaderingen.

Art. 7.
Alles clubs en vereenigingen met politieke doeleinden of ter bespreking van politieke aangelegenheden zijn gesloten. Het is verboden zulke clubs en vereenigingen opnieuw in te richten. Strafbaar zijn leiders, stichters en leden dezer vereenigingen.

Art. 8.
Overtredingen dezer Verordening worden met ten hoogste 1 jaar of met ten hoogste 5000 mark boete gestraft. Beide straffen kunnen tegelijk uitgesproken worden.

Ter oordeelvelling zijn de krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers bevoegd.

Brussel, 26 mei 1916
Der Generalgouverneur in Belgien,
Freiherr von Bissing,
Generaloberst.