Carpentier, Maria geb. te Antwerpen den 13 september 1883 won te Antwerpen Meistraat 55 huisvrouw. Slagen II. De Bock Adriana, geb. te Antwerpen 29 december 1880 won. Te Antwerpen Meistraat 55, huisvrouw slagen. III. Cuvillier Joanna-Catherina geb. te Antwerpen 20 februari 1889 won te Antwerpen Bontemantelstraat 19 winkelierster, slagen. IV Verschueren Josephina geb. te Antwerpen 21 februari 1883 won te Antwerpen. Kanonstraat 14 huisvrouw. Scheldwoorden, gewelddaden en schade, slagen. – Getuigen – I Biseop Josephina geb te Antwepen 16 october 1887 won te Antwerpen Bontemantelstraat n° 38 huisvrouw. […]

 

Wordt in geen vorig pv behandeld.

Het feit heeft plaats gehad den 30 Juli 1916

Gezien en toegestuurd Heer Prokureur des Konings t/s Antwerpen den 3. Augustus 1916

Ten jare 1916 den 30. Juli om 3 ure ’s middags (torenuur) Wijn Arrmis Rians, Adj. Com. ontvangen van de genaemde, Verschueren, Josephina, echttgenote van Gijs Egied de volgende klacht in de Vlaamsche taal. Heden namiddag, over ongeveer een half uur werd ik in de Meirstraat aangesproken door vrouw De Bock, Carpentier welke mij zegde: ’t Zal zeker weer niet waar zijn dat gij met mijnen vent in den botanieken hof hebt gezeten. Daarop sloeg en krabde zij mij in het aangezicht. Haar schoonzuster, vrouw Van Gansen – De Bock, die boven haar woont, kwam naar beneden geloopen, wierp mij ten gronde en trok mij met de haren over den grond. Cuvillier Joanna uit de Bontemantelstraat, kwam ook bijgeloopen en deed mij juist hetzelfde. Ik werd in het gevecht eene ganschen klis haar uitgetrokken. Ik kon eindelijk gaan vluchten. Ik heb niets gedaan of gezegd. Alleen antwoordde ik aan vrouw de Bock toen deze mij beschuldigde met haren man aan te houden. Onderzoek het eerst.

 

De genaamde Carpentier Maria vrouw van de Bock Henricus onderhoord aangaand het ten haar laste gelegde: verklaart in ’t Vlaamsch Klaagster Verschueren heeft betrekkingen met mijnen man. Men was het mij komen zeggen dat zij met mijnen man in den botanieken hof zag. Toen zij voorbij mijne deur kwam, zegde ik haar zulks en zij loochende. Terwijl spuwde en sloeg zij mij in het aangezicht en trok mij bij de haren. Ik heb mij toen verweerd. Mijne schoonzuster is toen naar beneden gekomen om mij te verlossen. Deze werd ook door Verschueren vastgepakt en geslagen. Cuvillier, Joanna is ook bijgekomen, doch deze deed of zegde niets doch werd door Verschueren vastgepakt.

 

De Bock Adriana vrouw Van Gansen door ons onderhoord verklaart in ’t Vlaamsch . Ik lag door mijne venster en zag dat mijne schoonzuster dewelke aan hare deur stond door Verschueren werd aangepakt. Ik kwam naar beneden om mijne schoonzuster te helpen, doch ik werd ook door Verschueren aangepakt dewelke mij in het aangezicht wilde krabben. Ik verweerde mij door haar een slag in het aangezicht te geven waardoor zij ten gronde viel. Ik heb haar niet met de haren getrokken. Mijn man is mij komen binnentrekken en van wat er verder is gebeurd zijn weet ik niets. Ik heb Cuvilier niet gezien.

 

Cuvilier, Joanna Catherina, echtgenote van Deruelle Henricus s avonds onderhoord verklaart in ’t Vlaamsch. Ik zat voor mijne deur en hoorde gerucht in de Meistraat. Ik ben gaan zien en vernam dat vrouw Gijs gevochten had met mijne nicht, vrouw de Bock doch alles was gedaan als ik daar kwam. Ik stond te klappen met vrouw Van Son wonende Oude Vaartplaats 27 en vrouw Biseof wonende Bontemantelstraat 38 toen Verschueren Josephina, eensklaps tot mij kwam en mij zegde Ziet die vuil hoer daar eens staan, gij hebt zelf aangehouden met Neel uit den Staas. Zij greep mij vast en trok mijne blouse ter waarde van 5,95 Fr. Van mijn lijf af. Ik heb niets tegen gedaan of gezegd.

 

Verschueren Josephina door ons heronderhoord verklaart int Vlaamsch. Ik houd mijne eerste verklaring staande welke juist is. Wat de drij andere vrouwen u zegden is al leugen, onder elkaar opgemaakt daar zij familieleden ondereen zijn.

 

Wij onderhooren de volgende getuigen.

Biseop Josephina, echtgenote van Pruijm Adrianus welke in ’t Vlaamsch verklaar.

Ik en vrouw Van Son stonden in de Meistraat te klappen met Cuvilier Joanna nadat aldaar gevochten was waaraan ik eventwel niets gezien had. Verschueren kwam tot Cuvellier en zegde tot haar: Gij hoeft mij niets te verwijten. Gij hebt zelf aangehouden met Neel uit den Staas smeerlap schandaal. Dan greep zij haar nog vast en trok de blouse van haar lijf. Cuvellier heeft niets tegen gedaan.

 

II Packolet, Maria Louisa echtgenote van Van Dael Karel welke in ’t Vlaamsch verklaart. Toen ik door de Meistraat kwam, was het gevecht afgeloopen. Dus weet ik daarom niets te zeggen.

 

III Val Lier Maria welke in’t Vlaamsch verklaart. Toen ik aan mijne deur kwam, zag ik dat vrouw de Bock en vrouwe Gijs aan ’t vechten waren en elkaar met de haren trokken. Cuvillier Joanna heb ik niet gezien.

 

IV Paijs Joanna echtgenote van Van Son Victor welke in ’t Vlaamsch verklaart. Ik hoorde lawijt in de Meistraat. Toen ik ging zien was het gevecht gedaan. Vrouw Gijs kwam dan tot Cuvillier, Joanna dewelke bij mij stond en zegde tot deze: wat weet gij ook al te zeggen, vuil hoer, gij hebt zelf den naam gehad van met Neel uit den staas aan te houden. Vrouw Gijs greep dan Cuvillier bij hare blouse: dewelke zij gansch van haar lijf trok . Cuvillier heeft dan de ander ook vastgepakt om zich te verweren.

Hierbij de staten van inlichtingen aangaande de betichte. Waarvan akte (get) Arriëns