Afzender : A Kyndt, Thouars
Geadresseerde : Télésphorus Buyssens, De Panne

 

Met heel veel genoegen heb ik uwe kaart ontvangen. In Poulton (Engeland) had ik een kaart ontvangen. Ik heb u bij ontvangst van die kaart eenen grooten brief geschreven maar dan niets meer van u iets vernomen. Tusschen tijd heb ik van Mr Slembrouck vernomen dat ge Rouen verlaten hadt en te Calais woont. Over 3-4 weken schreef me confrater Coppejans dat ge op weg waart naar Adinkerke.

Ge zult natuurlijk van Mr Rubens vernomen hebben dat ik in de 3de brigade ben. Was het oogenblik maar gekomen dat ik ook naar Adinkerke kon vertrekken. Over 3 weken, per aanbevolen brief hebben wij (ik en vier ander belgen van de 3de brigade) bevel gekregen naar Adinkerke te komen bij het eerste bericht. Natuurlijk vragen wij ons elken dag af wanneer zullen wij bericht krijgen?

Ik hoop vriend Buyssens, dat Vrouw en kind (of kinderen – want gedurende 2 jaren kan veel gebeuren) Hoort hem lachen. In een woord dat de familie het goed stelt.
Sedert 8 dagen is mijn vrouw ziek en onder dokters handen. Maagpijn en moet een regiem volgen. Het is te hopen dat het binnen kort beter zal gaan.

Wat mij betreft in de functie. Ik ben au bureau d’ ordre – ge zult wel weten wat dat is – Dat zijn duivel doet alles de meid van groot en klein bedienden.
In heel den franschen ijzeren steenweg vind ik een dingen goed: “La question des permis.” Aan Mr slembroeck heb ik reeds geschreven dat we na den oorlog, dit ook bij ons moeten trachten te bekomen.

Wilbrant, in Londen, schreef me dat Piet Bogaert en Vanschoor en veel andere van onze cfb. verleden zaterdag Engeland gingen verlaten om provisoire aan den franschen ijzerenweg te werken.

A propos, verleden week is hier op het bureel zekeren Heer Coulon geweest, Controleur aux recherches Etat Français; Hij verzocht me zijne beste groeten aan U over te brengen. Te Rouen, zegde hij, is hij dikwijls bij u geweest om inlichtingen. Ge ziet van hier dat mijn neus krulde, als ik hoorde dat hij aan de Commis d’ ordre van het bureel met veel lof over u sprak. Vlak af gezegd die mannen van den “ Etat” moogen eens een staaltje bij ons komen nemen. Is het zoo niet?
Van Mr Rubens heb ik reeds twee brieven ontvangen. Ik had hem zekere inlichtingen gevraagd en hij heeft ze mij heel bereidwillig gegeven. Hetgeen heel lief is van hem.
Ik ben ook heel tevreden dat hij onze Brigade Overste is. Maar Vriend Buyssens, hoort ge niets over de 3de brigade. Wanneer ze zal geroepen worden. Ik heb hier gehoord dat er te Adinkerke een macht bedienden aangekomen zijn. Wat doen ze daar?
Ge zoudt mij uiterst veel genoegen doen mij daar iets over te schrijven wel te verstaan als het u mogelijk is. Zoodoende kon ik hier maatregelen nemen.

Mijn vrouw wil niet te Thouars blijven eens dat ik zal weg zijn. Zij zou willen meer naar het Noorden komen. Misschien ook zoudt ge mij daar iets in kunnen helpen en eenige inlichtingen geven. Thouars est un véritable trou. Niet het minste ontspanning noch voor vrouw noch voor kinderen.
Wat dunkt u zoo over den oorlog? Mij dunkt dat de zaken goed staan en dat we veel hoop mogen hebben. Natuurlijk zal Antwerpen nog zoo gauw niet vrij zijn maar dat we ons eigen land zullen kunnen betreden zal reeds een groot punt zijn. Ik denk dat het niet lang meer zal duren.

Beste Vriend Buyssens ik zal mijnen brief eindigen en binnen kort schrijf ik u wat meer over mijne lotgevallen in Engeland. Ook verwacht ik een schrijven van uwentwege. Ge kunt niet gelooven hoe aangenaam het is nieuws te ontvangen van vrienden en kennissen.
De Hartelijkste groeten van mij en familie. Nen warmen handdruk
Uw toegenegen
A Kyndt