Woensdag – Ik werd dezen morgen wakker, gansch onder den indruk van een naren droom. Ik bevond mij, gansch alleen, op een langs alle kanten onafzienbaar kerkhof. Plots duikt aan de westergezichteinder een rosse vuurgloed op. Eerst klein, dan grooter om weldra het gansche uitspansel te verlichten. Langzamerhand verandert dien vuurgloed in een fonkelende gouden hemel waaraan zich opeens, en ongemerkt  van waar, een witte duif vertoont welke in haren snavel eene banderolle houdt met de woorden VREDE …