2e bureel
700#999

Aan de Kaiserliche Kommandantur Antwerpen.

De bewaking van de petroleumtanks, aan de grens van Hoboken en Antwerpen, is sedert eenigen tijd bijzonder moeilijk geworden. De arme bevolking is er steeds op uit petrool op de vage gronden te komen scheppen en waagt zich ook dikwijls op de naburige spoorbanen, om er hout of andere brandstoffen te ontvreemden. Zoo is het onlangs gebeurd dat er een jongen door een Duitsche schildwacht doodgeschoten werd. Als hoofd der politie heb ik maatregelen getroffen om de bewaking dezer streek te verscherpen. Hoe beperkt het getal mijner politie ook zij, toch ben ik er in gelukt het aantal posten in dit kwartier te vergrooten. De bijzondere aandacht van de Kommandantur wordt echter gevestigd op het feit dat de ontvreemders en indringers in geheele benden georganiseerd zijn, dat zij de politie en de wachten durven aanranden met steenen en stokken en dat de politie de grootste moeite heeft om ontzag in te boezemen aan het verdacht volk dat, vooral bij nacht, in deze streek werkzaam is.

In die omstandigheden dring ik aan opdat het aan de politie van dit kwartier veroorloofd zij een revolver te dragen, aangezien andere verdedigingsmiddelen onvoldoende gebleken zijn.

Mocht deze vraag in princiep ingewilligd worden, dan verzoek ik ook de practische middelen aan te wijzen om die vuurwapens te bekomen, vermits er in den handel geene te vinden zijn en de politie voorheen ontwapend werd.