PV – 187 –  I.Vervolging ten laste van Staes Henri Jacobus Josephina geboren te Antwerpen den 10-7-1903 wonende te Antwerpen Steenbergstraat 19 scholier van beroep, beticht met of verdacht van heeling van eene gevonden brieventesch

  1. van den Broucke Franciscus, geboren te Antwerpen op 29-5-1904 scholier wonende t/s Steenbergstr 9/1 beticht met heeling eener gevvonden brieventesch.

KINDERBESCHERMING.

Wordt in geen vorig proces-verbaal behandeld. Het feit heeft plaats gehad den 23-2-1917, gezien en toegestuurd aan den Heer Procureur des Konings t/s

Antwerpen den 1-3-1917

Ten jare negentien honderd en zeventien den drie en twintigste februari.

Wij De Visch Karel adjunkt  enz; ontvangen van den burgeragent Stroobants Jan, der 3e wijk het volgende verslag in ’t Vlaamsch:

Heden namiddag is men mij op de Handschoenmarkt rond 5 uren komen verwittigen dat er twee jonge snaken in eene crème glacé winkel der Lijnwaard mark, grof verteer maakten en een geldbeugel met verscheidene bankbriefjes bij zich hadden alsook twee paar rolschaatsen.

Ik heb mij naar bedoelde winkel begeven en de twee kereltjes naar het bureel geleid. Na bestatigid te hebben dat zij inderdaad verscheidene bankbriefjes in hun bezit hadden.

Het zijn de genaamde Henri Staes, wonende Steenbergstraat 19 en Van den Broeck Frans Steenbergstraat 9. Zij zegde bedoelde bankbriefjes in eene porte feuille gevonden te hebben, heden morgend in den boterwinkel Willems Breedestraat 32. Wij zenden genoemde agent naar de boterwinkel om te vernemen of er soms diefstal is gepleegd, maar zulks is niet het geval en den handelaar dacht dat de gevonden bieventesch wel zou kunnen toehooren aan juffer Focketijn wonende Coburgstraat 19, dewelke s’ morgens in den winkel was geweest. Onze agent Horremans bij gemelde juffer gezonden keert terug met de mededeeling dat zij niets verloren heeft en met gepast geld naar de winkel was geweest.

De voor ons geleide snaeken, ruimer op kant aangeduid, beweren de brieventesch, in zwart wasdoek sluitende met knopje, gevonden te hebben zooals zij aan Stoobants verklaart hadden.

Wij vinden in den geldbeugel van den 1e Staes Henri acht en twintig mark en vijf en twintig centieme en in zijne broekzak de som van vijf en twintig franken in bankbriefjes van vijf mark, op den 2e Van den Broecke Frans, vinden wij enkel (de 55 centieme) vijf en vijftig centiemen. Staes Henri verklaart in de vlaamsche taal:

Heden morgend rond 10 ure hebben wj samen in den boterwinkel der Breedestr een brieventech, zwarte met knopje voor te sluiten gevonden. Ik kan niet juist meer zeggen hoeveel er in was, maar het waren al briefjes van vijf mark. Ik heb de helft gegeven aan Frans Van den broeck, wij hebben elk een paar rolschaatsen gekocht van 6,95 fr bij Tietz, dan hebben wij met vriendjes in een crème glacé winkel der Begijnestr en Lijnwaadmarkt koeken  en ijsroom gesnoept.

Van den Broecke Frans, ruimer op kant vermeld verklaart in ’t Vlaamsch:

Ik beken mede de brientesch gevonden te hebben. Ik heb van Staes de helft gekregen, ik denk dat er achter twintig briefjes van vijf mark in watre. Ik heb aan Verwerft Emiel wonende St. Andriesplaats 5 een mark en aan Vermeire John, wonende Steenbergstr 11 een mark gegeven. Wij te samen gaan snoepen en hebben elk een paar rolschaatsen bij Tietz gekocht, als de politei ons kwame halen in de cremerie der Lijnwaadmarkt heb ik de porte feuille onder de daar staande bank geworpen; (Eerst verklaarde Van den Broecke ons de brieventesch met het geld verloren te hebben) op 24e dezer verschijnt voor ons Wuilmark Louisa, weduwe Malengraux, geboren te Luik op 21-7-1873 wonende alhier lange Ridderstraat 79 dewelke verklaarde in de vlaamsche taal:

Mijn Fritz heeft mij verteld dat hij van Staes vijf mark had gekregen. Ik heb hem afgetast en nog vier frank vijftig centiemen op hem gevonden. Vernomen hebbende dat u een onderzoek deed aangaande eene verloren brieventesch breng ik u het geld 4,50 fr Malengraux Fritz oud 13 jaar verklaart:

Ik heb van Staes Henri vijf mark gekregen. Ik heb het te kort van de vijf mark veteerd. John Vermeire, Van Winckel Frans en Emiel verwerft hebben ook geld ontvangen. Staes heeft ons getrakteerd in twee crème glacé winkels.

Vermeire Jan, scholier, geboren t/s op 12-5-1908 wonende Steenbergstr n° 11 zegt:

Ik heb van Van den Broecke een mark ontvangen, Staes heeft ons veel getrakteerd in de cremeries onder den toren en in de Begijnenstraat, met koeken en ijsroom.

De moeder van Vermeire overhandigd ons vrijwillig een mark, om aan de verlierster terug te geven. Van den Broecke bekent een mark aan Vermeire gegeven te hebben.

Van Winckel Frans, geboren t/s op 15-9-1905 wonende Steenbergstraat n° 3 verklaart:

Ik heb van Staes Henri een mark ontvangen.

Van den Broecke en Staes hebben ons veel doen snoepen. De moeder van Van Winckel overhandigd ons ook vrijwillig een mark. Staes Henri bekend aan Malengraux vijf en aan Van Winckel een mark gegeven te hebben.

Op 24 dezer verscheen ook voor ons De Poorter Anna Henrica, vrouw  Fragneray, geboren ter stede op, 3-2-1885 marktkraamster in de cité, kraam 91-93 wonende alhier Kasteelstraat 24, dewelke ons verklaart op 23e dezer rond 10 u s’ morgens in den boterwinkel Willems geweest te zijn en hare brieventesch met knopje, inhoudende rond de twee, honderd franken in briefjes van vijf mark verloren te hebben. Hare verklaring gegrond zijnde hebben wij haar het nog gevonden geld zijnde acht en zestig franken veertig centiemen en twee paar rolschaatsen ter waarde van dertien franken negentig centiemen tegen bijgevoegd ontvangstbewijs.

Verwerft Emiel, geboren te Antwerpen, scholier, oud 14 jaar, wonende St Andriesplaats n° 4 bekent een mark gekregen te hebben van Van den Broecke. De moeder Verwerft kon dit geld niet terug geven.

Alle opzoekingen gedaan in den ijsroom winkel Lijnwaadmarkt, om de rest van het geld, welke Van den Broecke beweert onder de bank aldaar gegooid te hebben zijn vruchteloos gebleven.

Van het voorgaande hebben wij dit proces-verbaal opgesteld, om aan den Heer Procureur des Konings verzonden te worden.

Waarvan akte op 28-2-1917

(get) De Visch