Maandag – Het wordt erbarmelijk in de kookhuizen. Nogmaals worden de menschen zonder eten door gezonden. Vandaag nog in de Keizerstraat stonden de menschen van half twaalf reeds gereed om uit te halen en werden om half vier weggezonden met de boodschap: “Er is geen eten meer”. Schoonen troost.

Waarom toch die twee maten en twee gewichten? Waarom toch niet elk zijn rantsoen in de komiteitswinkels bedeeld? Dan kon elkeen het zijne tehuis gereedmaken. Dan hadden wij ook wat en nu hebben wij niets. Ja toch: suiker, fruitsiroop, confituur, zeep, zout, waschpoeder, koffie. Maar dat zijn toch geen levensmiddelen. Wij moesten rijst, erwten en boonen hebben. Dat is eten, maar alles gaat naar de kookhuizen en daar hebben de bedienden en … de wachthoudende politiebedienden geenen honger. Voor de andere menschen komt het er niet op aan. Een vollen buik heeft met een ledigen geen medelijden. Trek den riem nog maar wat aan dan hebt ge ook gemiddagmaald.