27 / 6 / 1917
Geadresseerde: Buyssens

Audrincq , 27 Juni 1917

Geachte Heer Buyssens
Goed uwen brief van den 22ste ontvangen. Ontvang mijne innige dank, voor uwe welwillende goedheid jegens mij betoond; en ik verzeker U dat ik uwe wijze raad zal volgen; want uwe woorden zijn waarheid.

Innig verlangen wij weder zooals vroeger onze vorige diensten te hernemen , en zoo U er somtijds iets aan kon verhelpen, u zoudt den Tuur veel genoegen doen, die evenals ik het buikje vol heeft , van Weg en Werken, want nu zijn wij juist baanwerkers te paard, nog vleesch nog visch. Het verschil tusschen de Exploitatie en nu doet zich hard gevoelen, ja heeft ons zelfs veel ondervindingen laten opdoen; bijzonder tusschen recht en onrecht, dat tog volgens onze mening , in onze mening in gelijkheid moet toegepast worden, oorlog of niet. Recht en gelijkheid is de groote leus, maar helaas, wordt dikwijls zoo schandelijk vertrappeld.

Ook Geachte Heer hierin zult U het beloofde portret vinden, en zoo als U zult aanmerken, het is niet door een artiste fotograaf gedaan, maar het is gelijk U zegt oorlog! U zult mij vinden gereed zijnde om de soep uit te deelen, maar helaas de tellooren zijn in onze villa gebleven. U ziet den Tuur is nog zoo wat de zelfde , maar helaas tusschen deze foto en den dag van heden zijn negen maanden verlopen en den ouderdom van zijn 45 jaren laten zich hard gevoelen!!!? U verstaat mij hoop ik, encore quatre sous Madame; en hij neemt hem weder met smaak hier.

Mijn brief sluitende, U nogmaals dankende zoo zend ik U mijne oprechte groeten, als ook die van den Tuur, en Moonen die ook hier is.

Uw toegenegen dienaar

A. Boundeauce