2e bureel
700#656
Voorwerp: Bevoorradingsdienst.- Verzoekschriften van stadsbedienden tot het bekomen van meer voedsel.

Hoog geachte Heer Burgemeester

De ondergeteekende agenten van politie achten het hen al een plicht, hunne bittere klachten tot U te richten, ten einde U te vragen ons een weinig meer brood, van het alhier toekomende hollandsch brood te willen toestaan, ten einde ons te kunnen vrijwaren van het neder vallen op den openbare weg, door den honger.

Wij bevinden ons in de onmogelijkheid met het één brood per week wat ons toegestaan word, en het alreeds lang te klein rantsoen, het nog langer blijven uit te houden onze diensten behoorlijk te vervullen.

Wij hebben het volgehouden zoolang het ons mogelijk is, maar nu zijn wij uitgeput door den honger, want Mijnheer den Burgemeester, wanneer men ’s morgens den dienst moet aanvangen met 1/8 deel van een brood, en dan het overigen van den dag te moeten doorbrengen met een boord soep daar er geene aardappelen te verkrijgen zijn, of ook iets anders, en onze vrouwen en kinderen vragen toch ook eten, dan is het te begrijpen dat wij niet meer bestand zijn onze diensten behoorlijk te volbrengen.

Uwe welwillende goedheid ten onzen opsichten kennende, durven wij hopen Mijnheer den Burgemeester, dat gij onze bittere klachten zult willen aanhoren, en ons ten minste per 3 dagen één hollandsch brood zult willen toestaan, ten einde toch een weinig bestand te zijn voor de nacht en dagdiensten.-

Gelieve intusschen Mijnheer den Burgemeester, met onzen voorafgaandelijken dank, de verzekering onzer ware verkleefdheid, en onze hoogachtig te willen aanvaarden.

De agenten van politie.