2e bureel
700#786
voorwerp: Getuig voor rijtuigen en uitrustingen voor rijpaarden. Aangiften.

Verordening betreffende het getuig van rijtuigen en de uitrustingen van rijpaarden

Artikel 1.

Al de voorraden aan getuig van rij- en vrachtvoertuigen, alsook de uitrusting van rijpaarden (zadels, toomen, enz,), die op 20 Juli 1917 in het gebied van het Generalgouvernement voorhanden zijn, moeten ten laatste op 30 Juli 1917 bij de ‘Kreischefs’ (Kommandanten) aangegeven worden.

Artikel 2.

Al de personen en firma’s die de hierboven bedoelde voorwerpen in bewaring of in gebruik hebben, om het even of zij er eigenaar van zijn of niet, moeten er aangifte van doen. De gemeenten moeten van de aangiften een gezamenlijke lijst opmaken en deze binnen den bepaalden termijn aan de ‘Kreischefs’ (Kommandanten) doen toekomen.

Artikel 3.

De aangiften zijn op de voorgeschreven formulieren in te vullen. Deze formulieren zijn bij den bevoegden ‘Kreischef’ kosteloos verkrijgbaar gesteld.

Artikel 4.

Het legerbestuur is gerechtigd de hiervoren bedoelde voorwerpen aan te koopen.

Artikel 5.

Het is verboden bedoelde voorwerpen alleszins af te staan.

Artikel 6.

Van deze voorwerpen mag verder hetzelfde gebruik als voorheen worden gemaakt. De bezitter is evenwel verplicht, ze tot nader bericht te bewaren en ze zorgvuldig te behandelen.

Artikel 7.

Wie de voorschriften van deze Verordening overtreedt, wordt, zoover een andere strafwet geen zwaarder straf voorziet, met ten hoogste 1 jaar gevangenis  en ten hoogste 20.000 mark boete, of met één van deze straffen gestraft. Bovendien kan de verbeurdverklaring van de voorwerpen, waarop de strafbare handeling betrekking heeft, uitgesproken worden; in geval van opzettelijke overtredingen moet de verbeurdverklaring worden uitgesproken.

De poging tot overtreding is strafbaar

Artikel 8.

De Duitsche krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd.

Brussel den 30n Juni 1917

Der Generalgouverneur in Belgien.
Dreiherr von Falkenhausen,
Generaloberst.