Borgerhout
1212 # 672

Mijnheer de krygspolitiemeester,

Onder verwyzing naar en bevestiging van myn schryven d.d. 19n april 11. aan den heer Kommandant van Antwerpen, waarin ik verklaarde niet by machte te zijn in zake werkloosheid omstandige inlichtingen te bezorgen, heb ik de eer, als gevolg aan uw schryven van 9n Juli 11., n° 21237/IIa 17,U te melden, dat:

1° naar myne beraming het aantal werkloozen ter plaatse +/- zesduizend beloopt;

2° dit getal minstens met vyfhonderd toenam gedurende het laatste halfjaar;

3° de redenen dier toename moeten m.i. gevonden worden in a) duur van den oorlog: voortdurend worden jongelingen, die den voorschreven ouderdom bereiken, by de werkloozen opgenomen, b) stilliggen fabrieken en klimmende opeisching van alle hoegenaemde grondstoffen, c) de U bekende benarde economische toestanden;

4° het gemeentebestuur op 24 augustus 11. aan den heer Zivilkommissar een aantal noodwerken opgaf (openbare en gezondheidswerken van blyvend nut, als riool- en kasseiwerken), welke door hem werden goedgekeurd maar tot nog toe niet alle werden uitgevoerd; maar hierby dient te worden aangemerkt, dat voor de hoegenaemde wegeniswerken vroeger aanbestedingen werden uitgeschreen en de gemeente nu alle werken in eigen beheer uitvoert.

Het algeheel gebrek aan grondstoffen, de overdreven hooge kostprijs van de nog aanwezige beperkte middelen, enz. enz. laten stoffelyk niet toe tydelyk meerdere uitbreiding aan noodwerken te geven.

De Burgemeester,
(g.) Arthur Matthys