Afzender : John
Geadresseerde : Téles

Beste Téles,

In dank uw gul briefje van 24 dezer ontvangen alsmede het leuke cinemabriefje- of beter rolletje van twintig zichter- Het nieuws aangaande Mevrouw Thérèse is echter min oolijk en het doet me leed haar in zulken overdreven zenuwachtigen toestand te weten- Het is een waar geluk dat U haar alle veertien dagen toch eens kunt bezoeken, troosten en versterken- Droevige tijding ook aangaande Uwen vader. Ik wist natuurlijk niets van dezen slag die U smartelijk moet getroffen hebben, zooniet hadde ik U mijne innige deelneming al vroeger uitgedrukt. De grootste troost moet U natuurlijk van Fenke komen en ik begrijp best hoe aangenaam het Uw hart moet ingaan uwen lieven krullebol zoo vlijtig en leerlustig zien op te groeien-

Ik doe mijn best om binnen een tiental dagen tot Proven te komen- Voor het oogenblik toef ik in de trenches, denkelijk nog voor een viertal dagen- Ik maak deel uit van de patrouilleurs die elken nacht eenige uurtjes in het no mans land kruisen en dan voor het overige gerust gelaten worden. Dat is nu heel en gansch iets in mijn trek! Want het is meer dit beestenleven dan het gevaar dat mij de keel uitsteekt.

Er is mij over eenige dagen iets ongemeen overkomen. Ik mag noch durf er mij in brief over uitlaten, doch zal het U mondelings vertellen- Het geldt de talenkwestie.

Eergisteren ontving ik kaart uit Brussel van 5 Aug. Ziehier wat mama mij schrijft:” Wat ons hier allen betreft, gezond zijn we wel, maar ontwikkeld, neen zulle! Allen vermagerd! Tantje flore was een dikke, gemollige niet ? Welnu, ze is nog de helft van hetgeen ze was. Papa, nonkel Staf, tante Jeanne een ook ik – enfin alle menschen vermageren- maar dat is niets… wij zijn gezond en welvarend.-

Wat mij aangaat alles right ook!

Met warmen groet, evenals voor vrouw en kind en dankbaren handdruk blijf ik,

Uw verkleefde

John