PV 760 – Vervolging ten laste van Van Arkkels Alfons geboren te Lier den 17 Juli 1890 wonende te Antwerpen Offerandestraat n° 16 beticht met lichte gewelddaden.

2e) Van Osselaer Margaretha Elodia geboren te St Nikolaas 14 maart 1892 wonende te Antwerpen Lombaardvest 17 dienster, verdacht van beleedigingen door gebaren en scheldwoorden

Getuigen:

1e) Monsieur Joanna geboren te St Pauwels den 26 september 1867 wonende te Antwerpen Lombaardvest n° 17 herbergierster

2e)  Andrie Maria geboren te Knesselaere den 23-9-1886 wonende te Antwerpen Lombaardvest n° 39 herbergierster.

Wordt in geen vorig proces-verbaal behandeld.

Het feit heeft plaats gehad den 4 augustus 1917

Gezien en toegestuurd aan den Heer Prokureur des Konings t/s

Antwerpen den  oogst 1917

Ten jare negentien honderd en zeventien den vierde augustus om 10 ½ s’ avonds.

Wij Minnaert Jan, adjt enz; ontvangen van Monsieur Joanna, vrouw Van Osselaer Petrus (zie kant) de volgende klacht in de vlaamsche taal:

Over een half uur kwam er een persoon dewelke in de Offerandestraat woont in mijne herberg der Lombaardevest, daar mijne dochter hem nog 2 franken moest betalen van bloezen dewelke zij vroeger bij hem gekocht op crediet voor de somme van 50 frank, zoo begon hij haar te manen; mijne dochter antwoorde hem dat zij hem die 2 frank niet betaalde, aangezien zij te slecht met die bloese was uit gemeten.

Op die gezegdens nam hij een stoel en wilde haar daarmede slaan, daarop ben ik voor mijn dochter gesprongen, zeggende mijnheer a.u.Blieft sla mijn dochter niet; waarop hij mij eene geweldigen duw tegen mijn borst gaf, waaraan ik juist geopereerd ben, met het gevolg dat ik tegen den toog vloog, ik heb geene andere getuige dan mijne dochter dewelke met mij in de herberg was.

Van Osselaer Margaretha Elodia, geboren te St Nikolaas, den 14 maart 1892 wonende alhier Lombaardevest n° 17, dienster doet zich uitdrukkende in ’t Vlaamsch dezelfde verklaring als hare moeder.

De verdachte Van Arkkels Alfons (zie kant) door ons onderhoord verklaart als volgt in de Vlaamsche taal:

Ik loochen die vrouw eenen duw gegeven te hebben, waardoor zij tegen den vloog; toen ik de dochter maande spuwde zij mij in het gelaat zeggende ziedaar nu zijt gij betaald, en zij greep eenen stoel en riep maakt u buiten schuldhond of ik sla u den kop in, mij achternaroepende al hetgeen gij en uw vrouw aan uw gat hebt is zelf niet betaald de volgende personen kunnen dit getuigen.

1e) Andries Maria (zie kant) vrouw Prombreu verklaart als volgt in ’t Vlaamsch:

Ik kwam voorbij het huis n° 17 der Lombaardevest, op een gegeven oogenblik vloog de deur open en ik hoorde de juffer roepen, maak u buiten schuldhond  of ik sla u het hoofd in met dien stoel, al hetgeen gij en uwe vrouw aan uw gat hebt is zelfs niet betaald, of dien heer aan madame uit de herberg eene duw gegeven heeft zulks zou ik niet kunnen zeggen.

Van Osselaer Margaretha Elodie (zie kant) door ons terug onderhoord verklaart als volgt:

Ik looschen iets gedaan of geroepen te hebben tegen Van Arkkels, al hetgeen hij zegt is gelogen en indien hij getuigen heeft, doen deze eene valsche verklaring.

Er werden ons geene andere getuigen aangeduid.

Hierbijgevoegd de staten van inlichtingen.

Waarvan akte

J Mannaerts