Afzender: T.B.
Geadresseerde:  Heer Postontvanger

Waarde Heer Postontvanger,

Bij mijn terugkeer uit verlof heb ik kennis genomen ten postkantoore Proven van den inhoud uwer nota van den 16n dezer.

U zoudt me grootelijks verplichten met me te laten weten of er werkelijk voor mij een brief aangekomen was rond midden Oogst.

Zoo ja, wie was de afzender? Ik vermoed toch wel dat hij zijnen naam op den brief geplaatst had. Zoo hij dat niet gedaan heeft, gelieve nu dan den zetel te doen kennen van het bureel der onbestelbare stukken, naar waar u den brief zoudt verzonden hebben.

Verschoon me dat ik u zoo druk lastig val, maar ik houd er ten zeerste aan dat mijne briefwisseling – met of zonder opslag – mij toekomt.

Verder zult u toch ook wel begrijpen dat het me niet mogelijk is om bij elke verplaatsing – en dat gebeurt heel dikwijls in de Spoorwegen van het Veldleger- mijne circa 30 “ oorlogscorrespondenten “ onmiddellijk op de hoogte te brengen van eene adresverandering, die feitelijk zelfs veel later zou bekend gemaakt worden!

In afwachting juiste inlichtingen te bekomen, zoo aanvaard, Waarde Heer Postontvangen, met mijnen innigsten dank bij voorbaat, de verzekering mijner welgemeende hoogachting.

T. B.