23 november 1917

1336 Vervolgingen van 1. Marchand, Adolf, Louis geb. te Effelghem den 25-6-1867 won. t/S Reyndershaak n° 11/13 opkooper van beroep, beticht met 1°) aanslag op de eerbaarheid op een meisje van minder dan 16 jaar oud art 372 en 377 par III van het s.W.B. 2°) medeplichtigheid aan vruchtafdrijving 2. Brons, Corneel Kareel Maria geboren te Neerpeld den 19-7-1863 won t/S Vlaschmarkt n° 24 apotheker van beroep beticht met vruchtafdrijving 3°) Wachters, Elina vrouw Marchand, geboren te Luik den 11-5-1878 won t/S Beyndersstraat 11/13 Opkoopster van beroep beticht met medeplichtigheid van vruchtafdrijving 4°) Bosiers, Maria Theresia, Alida, weduwe, Heylen, vrouw Putherina, geboren t/S 4-1-1875 en Won. Falconrui n°13 beticht met medeplichtigheid aan vruchtafdrijf op haar wettige minderjarige dochter.

Wordt in geen vorig pv behandeld. Het feit heeft plaatsgehad den 22-11-1917 en 15-11-1917

Antwerpen 23 november 1917

Ten jare 1917 den 22 november om 12u ’s middags t/S. Wij Van Sprengel, Louis adj. Com van Politie der 2e wijk enz. vernemen dat in de falconrui n° 13 op het 3e verdiep een meisje ziek te bed ligt en denkelijk vruchtafdrijving werd gepleegd.

Wij begeven ons onmiddellijk ter plaatse met onze agenten Van Bougonnie en De Clerck en bestatigen Falconrui n°13 op het 2e verdiep bewoonde door de familie Putterie treffen wij aan op de slaapkamer de dochter mansarde 3e verdiep. Het meisje Heylen, Joanna Gustavia geb t/S op 12.7.1902 ligt te bed. Hare moeder Bosuis, Maria Theresia Alida, weduwe van Kuylen, vrouw van Putterie bevindt zich aan het bed.

Op de trapzaal staat een wasketel inhoudende vier hemden en eene opneemvod en een handdoek gansch bebloed. De ketel is vol water en bloed. Een pot met warm water en spons staan onder het bed en heeft gediend om het meisje te wasschen. De moeder zegt op ondervraging mijne dochter is ziek en heeft hard hare regels gekregen en heeft stukken bloed verloren. Wij doen haar beneden gaan en het meisje zegt: “Ik ben over 14 dagen gevallen van de trappen”.

Na lang geloochend te hebben zegt het meisje: In begin van september was ik werkzaam bij Marchand, Beyndersttraat n 11/13 alwaar mijne moeder ook werkte, als ik toen alleen met Marchand was, dan heeft hij mij op een stoel gezeten, vastgepakt en heeft mij gebruikt. Ik wilde niet en verzette mij maar hij deed het toch zeggende: “dan zullen uwe regels goed doorkomen en dan zult ge gauw genezen”.

Verleden week donderdag ben ik met mijne moeder rond de middag bij Marechand gegaan en dan is daar een ander heer gekomen die mij met Madame Marchand op hare slaapkamer namen. De oude heer heeft mij op het bed gelegd en heeft met een priem in mijnen buik gestoken. Hij deed mij pijn en Madame zegde: “dit is niets zoo zal het gauw gedaan zijn”. Deze morgend was ik zeer ziek en dien heer is te huis gekomen en heeft veel op mijnen buik geduwd maar ik heb niet gezien wat er uit is gekomen. Wij geven kennis van deze verklaring aan hare moeder en deze verklaart dan: “Mijne dochter heeft nog nooit hare maandelijksche veranderingen gehad en zij was de laatste tijden zeer ziek zoodat ik bij doktoors in’t gasthuis met haar ging en alzoo vernam dat zij bevrucht was. Zij heeft mij dan gezegd dat Mijnheer Marchand haar had gebruikt terwijl zij bij hem werkte.

Ik ben als dan aan Mr. En mvr. Marchand daarover gaan spreken en om de schande te sparen zijn wij overheen gekomen de vrucht te doen afkomen. Marchand moest al de kosten betalen en voor iemand zorgen om af te steken.

Verleden donderdag (15 november) rond den middag ben ik met mijne dochter bij Marchand gegaan. M. Marchand is een man gaan halen en wij zijn in de slaapkamer gegaan, maar als hij mijn kind op het bed legde dan heb ik mij omgedraaid en ben op den trap gaan staan. Als alles gedaan was dan zegde mijne dochter dat dien man haar met eenen priem in den buik had gestoken en zij veel pijn had. Madame Marchand was ook op de kamer geweest.

Deze morgend was mijn dochter zeer ziek en ik ben het bij Marchand gaan zeggen. Marchand heeft dan dien heer gehaald en heeft hem tot bij ons gebracht. Dien heer heeft dan de koord afgebonden want de vrucht (foetus) lag reeds tusschen de beenen. Hij heeft dan een pastille en een kom water geworpen (pastille sublimé) om haar mee te wasschen. Madame Marchand is nadien gekomen en die heeft de vrucht in een papier gewikkeld mede genomen.

Wij begeven ons onmiddellijk bij Marchand Reynderstraat 11/13 en treffen er de vrouw aan die zegt van niets te weten. Wij doen een huiszoeking zonder iets te ontdekken. Wij doen de vrouw ten onzen burele geleiden en bevelen onze agent De Clerck de man Marchand bij zijn te huis komst aan te houden en voor ons te leiden om 2 ½ u wordt Marchand binnengebracht en de vrouw legt onmiddellijk den vinger op den mond aldus aanbevelende te zwijgen.

Wij onderhooren Marchand die hardnekkig loochend.

De vrouw vraagt om opnieuw gehoord te worden in tegenwoordigheid van hare man: valt voor hem op de knieën en smeekt hem de waarheid te zeggen en haar te redden daar hij wel weet dat zij onplichtig en hij alleen schuldig is.

Eindelijk geeft hij toe aan de smeking zijner vrouw en zegt dat een apotheker Boons won t/S Vlaschmarkt n° 24 de vruchtafdrijving pleegde. Hij bekent het meisje Heylen te hebben gebruikt maar met hare toestemming en dit meermaals. Hij heeft in tweemaal 20 fr. Aan apotheker Boons betaald.

Hij bekend verders al hetgeen hem ten laste wordt gelegd, behalve gewelddaden. Om ¾ uur namiddag begeven wij ons bij Boons Corneel, Karel, Maria, Vlaschmarkt n° 24 op het hoogste verdiep, op zijne kamer staat een bed een meerdere schabben met veelerlei potten en flesschen geneeskundige produkten inhoudende. Wij nemen in beslag een pak inhoudende elf priemen (sondes) en een speculum. Wij geven hem kennis der verklaringen en nagedacht te hebben te loochenen bekent hij volgende wijze: “Verleden week is Marchand mij over dit meisje komen spreken en zegde dat zij in positie was en vroeg of ik haar wilde onderzoeken. Donderdag 15 ben ik bij Marchand Reyndusstraat 11/13 op dezen vraag gegaan ik heb het meisje op het bed gelegd en heb de speculum in hare vrouwelijkheid geplaatst maar ik heb haar niet met een priem gestoken. Madame Marchand en de moeder van het meisje zijn ook op de kamer geweest maar ik weet niet of zij er bleven.

Deze morgend is Marchand mij komen roepen en heeft mij Falconrui n° 13 geleid. Ik ben bij het meisje gegaan, de vrucht (Foetus) lag tusschen haren beenen en ik heb de koord afgebonden erna eene pastille sublimé te hebben gegeven om er warm water te doen om haar mede te wasschen, ben ik heengegaan .Ik had aan Marchand 10 fr. Daarvoor gevraagd maar hij heeft mij tweemaal 10 fr. Betaald.

De vrouw Marchand zegt nog na eerst geloochend te hebben. De vrucht heb ik meegenomen en te huis in de stoof verbrand.

Boons zegt nog: de vrucht was mij van 7ber l.l. ongeveer of rond de drie maanden dracht. Wij hebben den heer Doctoor Hedwige Paulus ontboden ten einde het meisje te verzorgen en te weten of er noodzakelijkheid bestond haar naar een gasthuis te doen overbrengen. Hierbij gevoegd het verslag van den geneesheer. Het vuilgoed bij moeder Keuylen en de priemen en speculum bij apotheker Boons in beslag genomen doen wij ter griffie nederleggen. De betichte Marchand, Aldof Louis en Boons, corneel, Karel, Marie sluiten wij om 10 u ’s avonds in het gevang op ter beschikking van den heer prokureur des konings;

Waarvan akte datum als boven

Get Van Sprengel