1329

Hammersmann wonende te Borgerhout Borsbeeckstraat 37 opkooper, beticht aftroggeling

Wordt in geen vorig pv behandeld. Het feit heeft plaats gehad den 19 November 1917. Gezien en toegestuurd aan den Heer Prokureur des Konings Antwerpen den 22 november 1917

Ten jare 1917 den 19 November

Wij Hermans, Julius adj. Com.is. ontvangen van Schmann, Henri geb te Stalheim (N[oorwegen]) den 9 januari 1878 meesterkleermaker wonende Nieuwstraat 123 de volgende klacht in de Vlaamsche taal: Heden morgend rond 10 ure kwam ten mijnent den genaamden Hammermann, wonende te Borgerhout, Borsbeekstraat n° 37, deze verklaarde koopman in oude kleedingstukken te zijn en kocht ten mijnent 2 donkere grijzen manskostumen, pardessus, demi-saison en 1 winter pardessus in bruin stof, uitgevoerd met zijde ter waarde van 800 Franken, Hammermann gaf mij een voorschot van 25 Franken en zegde na dat hij den koop gesloten had des namiddags terug te komen om al het door hem gekocht goed af te halen. ’s Namiddags kwam hij weder vergezeld van zijnen zoon en deed hun al het gekochte overhandigen, gaf alles over aan zijnen zoon, nam zijnen geldbeudel in handen en zond den jongen door hen zeggende: gaat nu maar naar huis, ik zal het met mijnheer wel in orde maken en legde 175 fr. Op den toog. Ik deed hem opmerken dat hij mij 800 fr. Schuldig was en niet de geringe somme van 200 franken voor zulke kostelijke partij kleedingstukken en gaf hem het voorschot van 25 franken terug doch hij weigerde deze te ontvangen zeggende ik heb verstaan dat ge mij alles verkocht had voor 200 franken en ik gaf u de kledingstukken niet terug en ik vertrek.

Heden heb ik mij aangeboden ten politiebureele te Borgerhout, doch daar heeft men mij doorgezonden zeggende dat ik mijne klacht in mijne wijk moet doen. Wij gelasten onmiddellijk onzen agent van politie Bastiaenssens Bernart vergezeld van klager zich ter woning te begeven van Hammermann te Borgerhout, ten einde hem te verzoeken de kledingstukken aan klager terug te geven, vermits hij deze voor de geringe som van 200 franken niet kan overlaten en koper volgens gezegden van klager zeer goed weet dat hij hem 800 Fr. Schuldig is en de bedrieglijk handeling begaan heeft zijner zoon met de kledingstukken door te zenden alvorens zijne rekening te vereffen van verkooper.

Betichte Hammermann, weigert de kleedingstukken terug te geven zeggende ge kunt mij niets ik zal 175 franken aan mijnen advokaat geven en daarmede is de zaak afgeloopen ik behoud het goed daargezien betichte woonachtig is te borgerhout hebben wij de kleedingstukken waarvan sprake niet aangeslagen en wachten de bevelen van den heer prokureur des Konings af in geval hij zoo noodig om een bevel tot huiszoeking te laten geworden ten einde de kleedingstukken aan te slagen en betichte te onderhooren. Van het bovenstaande hebben wij tegenwoordig pv opgesteld om naar den heer prokureur des Konings gezonden te worden.

Gedaan en gesloten den 20 November 1917.

Get