Afzender : Teles
Geadresseerde : Optate

My dear Optate !

Heb vriendelijk dank voor uwe onverpoosde bemoeiingen , maar… en

daar komt het paard der maren,

hinkend op zijn lauwerblâren,

in een vliegende galop…

Zoo C. onveilig is door uitheemsch geweld, dan is P. nog gevaarlijker ter wille van het inheemsch gebroed. De zaak der gemeubileerde kwartieren is van het hoogste gewicht, en zooals u wel zegt, kan alleen door den belanghebbende der plaatsen opgelost worden. Maar stel u voor in wat toestand de zenuwzwakke Th. zich  zou bevinden gansch alleen te P., met den last van het schoolgaan van het zoontje, het rondslenteren langs alle hoeken en kanten, ten prooi aan de baatzucht van honderden uitbuiters benauwd om de aanvallen der apachen, – we lezen er dagelijks over, niet waar!- de aangehoude moeilijkheden der bevoorrading, en wat dies meer!

En moest ze dan ergens eene cel of twee gevonden hebben in eenen grooten biekorf, weet u wat het zeggen wil voor de zenuwgeschokte Th. om zich omringd te vinden door nogmaals zoovele verschillende huishoudens. En als ik de vergelijking biekorf toepas op een P’sch caravanserail, dan geldt dat niet verder dan voor de kamers die zich raken; maar zoo in eenen biekorf alle bewoners medewerken voor hetzelfde doel – l’ Esprit dela Ruche, heet Materlinck dat-, dan is dat nogtans geheel het tegenovergestelde in menschelijke maatschappijen, waar – a fortiori van Proudhon’s : la propriété c’ est le vol – diefstal aan de basis ligt der betrekkingen.

Bij u of bij mij zou zulk samenleven geen invloed uitoefenen op onze wilskracht: on s’ impose, voilà tout; maar hetzelfde is ongelukkig niet waar voor vrouwen in het algemeen, en voor eenen hypernerveuzen telg van het Levering- geslacht in het bijzonder.

Dus als slot, Th en zoontje blijven te C. ; hoop doet leven , elken dag brengt ons een stapje verder, elke maand kan ik 3 à 4 dagen doorbrengen bij mijn kroost, elke 3 maand 11 à 12 dagen; zoo wordt het huishouden meer opgewekt en betert de vrouw al meer en meer; gelieve zulks alles aan moeder en tantje te schrijven, en groet ze verder in kinderlijken eerbied van mijnentwege. En ook van hunnentwege.( TTT)

Heb gelukkig goed nieuws ontvangen uit Antwerpen: Fritz bewaart ten zijnen huize mijn handschriften en munten, en heeft een waakzaam oog op mijne verzamelingen in de Kistenmaeckersstraat; ons huisje nr 3 wordt bewoond door eenen politieagent.

John is licht gekwetst geworden bij een patrouille, heeft een maand in Frankrijk doorgebracht en is nu wederom in no man’s land ontdekkingsreizen aan ’t doen: een kranige jongen, die onder geen voorwendsel een laag werk zou willen verrichten in een gasthuis of iets dergelijks om zijn huid te redden; de brieven die hij me schreef uit Frankrijk ademen denzelfden geest in als deze welke ik van u ontving van de nogtans Azuren Kust.- Rik is ziek geweest in Antwerpen- mag ik uwe aandacht ….. op de nieuwe Fransche leening van einde November December: prachtige geldplaatsing, hoor, si tu as des disponibilités.

Groeten van Th en T gansch bijzonder aan u: ze waren zoo tevreden dat u met hen vertoefde bij uw laatste verlof. Ook deswegen dank van mij.

Kan ik u soms niet in iets aangenaam zijn?

Eigenaar van Un million de faits heeft dit boek teruggevraagd.

Groeten aan Dokter, Kapitein, Aalmoezenier, Fabry, de andere luitenanten, met wie ik in de Panne in aanraking geweest ben.

Heeft moeder u soms de boekenrekening nog niet voorgelegd?

Ga in verlof van 1 tot 12 december. Kunt u me soms niet komen bezoeken vóór diensttijd?

Altijd en voor alles                                          Tibi semper

En goed heil

Teles.