Afzender: Schoeters
Geadresseerde: Buyssens

Geachte Heer Buyssens

Ik geloof dat u nog lang tevergeefs op mij zult moeten wachten; aangezien ik om tot uw zoogenaamd buitengoed te geraken, de Franschen en misschien ook wel den Engelschen sector zal moeten doorschreden. Uw kennis aan ’t front opgedaan over verplaatsing, zal U doen inzien, dat dit afgezien van de gevaren om aangehouden te worden, bijna aan ’t onmogelijke grenst. Om uwen wensch vervuld te zien, wacht ik geduldig mijn verplaatsing van sector af.

Heer Elias verzoekt mij, U zijne vriendschapsbetuigingen over te brengen; ook hij denkt U te komen bezoeken, natuurlijk ook onder hooger gemelde voorbehoudingen. Heer Slembrouck vind het zonderling, dat U hem zoolang zonder nieuws laat, hij schrijft dit toe aan de drukte uwer briefwisseling. Ik meen beter de reden te kennen, of te raden.

Een vraag Mijnheer. Hier is veel sprake dat men al de soldaat zijnde spoorwegbediende en werklieden, uit de vechtlijn gaat trekken, om met deze , de burgers werkzaam zijnde aan de Spoorwegen binnen de legerruimte te vervangen, te einde laatsgenoemde verder achteruit te plaatsen. Oorzaak van de getroffene maatregel, schijnt de vele verliezen te wezen, in die rangen reeds te betreuren. Verzoek u dus vriendelijk mij uw gedacht daarover uittedrukken. Ben ik daarvan goed op de hoogte, en schijnt dit werkelijk zou te wezen: zou ware er misschien nog hoop, mij opnieuw onder Uwe welwillende bevelen te stellen.

Gebruik makende der mij door U veroorloofde vrijheid, U vriend te noemen. Zoo wensch ik; de verspreide geruchten werkelijkheid geworden zijnde, U een Antwerpsche pol te mogen drukken;

Uw vriend

Schoeters