PV 1079 – Vervulde plicht in zake Bosiers Philip […..] Constant

Gezien en toestuurd aan den Heer Taquet onderzoeksrechter alhier
Antwerpe, 1-11-1917

De commissaris van politie
Den 31-10-1917

Wij Leleu Joesph, adjunkt commissaris van politie enz; als gevolg aan het bevelschrift uitgaande van den Heer Taquet in datum van  29-10 l.l. n° 578/1573 verhalen dat wij vergezeld van onzen agent Back Emiel ons om 3 ¼  ure begeven hebben Beggijnen straat 25. Het huis was gesloten en niemand in den bouw was aanwezig.

Wij hebben vruchteloos in de straat gewacht tot 4 ¼ ’s avonds. Van de geburen vernamen wij dat de vrouw Bosiers denkelijk naar Brussel is. Wij hebben dan de smid Beuckeleer Jan Jef, Sleutelstraat 3 aanzocht om te vergezellen ten eind de deur te openen. In tegenwoordigheid van onzen agenten Baeck en Beuckeleer voornoemd zij wij tot een huiszoeking overgegaan. In eene bikken doos ontdekken wij eene kleine hoeveelheid bruine boonen die volgens ons van ’t Nationaal Voedingskomiteit voortkomen, ter plaats gewogen, woog die doos met den inhoud 3.870 kg. De blikken doos met de boonen bevond zich in het schommelhuis op een schab. De doos met de purperen boonen worden in beslag genomen. Wij zullen dit alles ter griffie nederleggen. Wij noodigen den man of desnoods zijne vrouw ten bureele. Op 1 november verschijnt voor ons de vrouw. Op 1 november verschijnt voor ons de vrouw Bosiers geboren Van der Haegen Joanna, geboren te Mechelen 22-3-1880, winkelierster Beggijnen straat 25 onderhoort zij verklaart:

De purperen boonen die er bij mij heb gevonden komen voort van mijn rantsoen. Ik ben in mijn huishouden met 4 personen. Ik heb de boonen gehad van Mme Augustus wonende over mijne deur in den timberwinkel, rantsoen van 7 personen, en ik krijg de boonen van Mme Constant Bosiers, Paardenmarkt 31, rantsoen van 7 personen. Van die boonen heb ik reeds twee maal, ieder voor twee maaltijden, boon soep gemaakt. Mijn man heeft bij mijne weet nog nooit iets mede gebracht van het comiteit. Hij is te eerlijk. Meer heb ik van ’t Comiteit niet thuis. Gister namiddag ben ik naar Brussel geweest en ik heb dan 25 kg bitterpeën medegebracht.

Wij begeven ons onmiddellijk naar de Beggijnen straat 28, bij Augustus. De man Augustuys Adolf geboren l.l. 15-10-67, postzegelhandelaar, hij verklaart in ’t vlaamsch:

Laatst heb ik in ’t Comiteit bruine boonen gehad. De boonen zijn nog ’t huis, reeds met witte gemengeld. Ik heb er geene weggegeven. Hij toont ons de boonen, en het zijn groote boonen in de plaats kleine. Om zijne waren gaat hij naar de Volksstraat, zijne rantsoenkaart luidt op 10-9-’17 boonen ontvangen. De zoon die midderwijl er bij kwam, bevestigd ook dat zij geene boonen aan de vrouw Bosiers Beggijnenstr 25 hebben weggegeven.

De man Bosiers treffen wij niet thuis. Nadat zijne vrouw onderhoord is geweest, en wij opstellen van ’t P.V. reeds Beggijnen straat 25, ter plaats hebben geweest, verschijnt nadien de man, onderhoord hij verklaart:

De boonen die U bij mij hebtgevonden komen voort van de timberwinkel over mijne deur en van mijne moeder Wwe Bosiers.

Wij gelasten onzen politieagent de Herdt inlichtingen te nemen bij de Wwe Bosiers 31. De agent verklaart als volgt:

Van den Berg Wwe Bosiers Christina 74 j verklaart:
Doorgaans geef ik bijna alles  aan mijnen zoon wat ik van ’t Comiteit krijg. Volgens hare rantsoenkaart heeft  zij op 3-9-’17 koopwaren afgehaald onder andere boonen. Zij zegde witte boonen te hebben gehad. Hare rantsoenkaart luidt 7 personen.

De onkosten van de smid beloopen drij frank.
Hierbijgevoegd de rekening in dubbel van de smid Beuckeleer.

Wij hebben Bosiers met Augustus niet geconfronteerd aangaande hunne verklaringen.

Waarvan akte, gedaan en gesloten t/s 1-11-‘17

(g) Leleu