Antwerpen, 16 December 1917.

Achtbare Heer Burgemeester,

Toen ik U schreef, dacht ik wel dat mijne bede zou aanhoord worden, want ik had reeds te veel over uwe betoonde menschlievendheid, in zake den bommenaanval, hooren spreken en wanneer ik geroepen werd in de St. Martenstraat kon ik dadelijk gissen dat daar ook een aanmoedigende vriendelijkheid en bezorgdheid heerschten.

Inderdaad al mijne verklaringen werden met zorg opgeteekend en reeds twee dagen later ontving ik uw schoon geschenk, een hulpgeld. De lieden die het slachtoffer geworden zijn eener zelfde beproeving, zoeken zich doorgaans op en zoodoende heb ik met vreugde kunnen bestatigen dat uw menschlievendheid propaganda de harten van allen zoozeer getroffen heeft dat uw burgemeesterschap altijd met dankbaarheid en eerbied door alle uwe onderdanen in herinnering blijven zal. Nogmaals, geachte Heer Burgemeester, van ganscher harte dank en dat U lang aan het hoofd der stad blijve.

Uw dienares,
Echtg. Jacques Bosmans