Afzender: John Langeleer
Geadresseerde: Téles;

Mijn beste Téles.

Me dunkt er is een eeuwigheid heengevloden sedert mijn laatste schrijven! Dagteekent het niet van het tijdperk van den zondvloed,

In ieder geval, zou u geen nieuws van me ontving gold het “ alles wel.” Ik bracht een verlof door te Parijs, van 25 Xber tot 4 januari en vermaakte me nimmer zoo uitstekend. Een louter toeval deed me den zevenden dag, mijne twee kozijns ( van 2de knoopsgat weliswaar) Adrien en Charles Letzer in de fransche hoofdstad ontmoeten. Beiden in verlof- Adrien, 1ste chef bij de ponteniers – Charles , piot in het instructie kamp van Auvours- De eerste had ik reeds meermalen gezien op het front, Charles echter was verduisterd in mijn geheugen door een bijna vierjarige scheiding. Daar alle twee lustige sinjoren zijn waarmede ik altijd goed over de baan kom, besloten wij de overige dagen van ons verlof in jollig samenzijn te slijten. Wat vermaakt wel het meest een piotje “ en perme”  ’t Is met stadsgenoten en wat meer is vrienden uit de kinderjaren, in de bakermat aller geneugtens ( gezonde en ongezonde) te zwieren. Welnu ‘t is wat we deden. Ik wil er niet schriftelijks breedvoerig over gewagen. Aan u , beste Téles, die ik als een echten makker liefheb en aan wien ik alles toevertrouwen wil, wil ik deze ongemeene  confidences  van naaldekes tot draaikes bij monde vertellen. Wat zult ge lachen, ik moet u ook nog zeggen dat door bemiddeling mijner kozijn ik daar kennis maakte met verschillende Antwerpenaars ( o.a. Basteleere ond. Luitenant van ’t  pompierkorps. Burssens. havenman en wel meer) die papa en bompa goed kenden en natuurlijk best onthaal wij mieken. Ik ben verscheidene malen ten schouwburg geweest; leefde in eene warme atmosfeer van belanglooze genegenheid, kortom, ik ben uit Paname vertrokken wel, met eene légère pointe de cafard… maar toch gelukkig de plaats op het front te gaan bekleeden die mij zulke sympathie bij brave lieden – onbekend en bekend van vóór den oorlog – verwierf en verwerft. Ik had physischen en moreelen wellust gesmaakt; avait quitté mon moi- même dans un autre milieu! Is het niet de volledigste formuul om van een ideaal verlof te genieten ? Wees nu niet bezorgd, allerbeste Teles, want ik zie van hier een bedenkelijken hoek  zich in uw denkersvoorhoofd plooien: de akelige, zoo verspreide kwaal heeft me niet met haren killen, scherpen zeis geraakt; ik blijf gespaard, god zij dank!

Zooals u het aan mijn adres kunt bemerken ben ik in een Peloton spécial getreden, uit vrijen wil. Wij leiden vrijer, gemakkelijker, aangenamer leven dan in de gewone compagnien , en spécialiseeren ons in het patrouilleeren. De beste elementen van het regiment zijn in een peloton verenigd geworden en men heeft bijzondere oplettendheden voor ons. Ik behaag mij ten volle in dat nieuw midden, waar luchterender en breeder geest en opvatting heerschen, dan in de comp.ies.

Voor het oogenblik rusten wij in de badstad, die U zoolang bewoonde. Het gaat er hier lustiger op toe dan in de kleine dorpjes in den slijkoceaan, die de streek hier uitmaakt als eilandjes gezaaid. Echter is het De Panne niet meer van 1914 en ’15!

Van hier heb ik geen bijzonder nieuws meer ontvangen. Bompa heeft mij laatst geschreven. Hij houdt zich ijverig te Vlissingen bezig met de geinterneerde belgische soldaten te troosten en verlichting te schenken. Ik was zoo verheugd zijn eigenhandig schrijven te lezen. Het deed mij goed aan ’t harte. Ik weet niet hoe het komt, echter vraagt bompa nooit of ik iets te kort kom en is het maanden geleden dat hij mij nog zoo een mandaatje liet geworden- hij gewaagt nochtans wel van feesten bij mijne terugkomst…

In afwachting, zit ik op droog zaad, de beurs is plat als men uit verlof komt en de solde smelt ho! zoo ras! Mag ik u daarom om veertig frank verzoeken, beste Teles! Deel mij tevens eens mede  het totaal der door U mij voorgeschotene sommen a. u. b. En hoe varen Mevrouw en uw Zoontje? Is het U moeilijk tot hier te komen. Zoo niet ik ben gestationeert Villa Poincettia, Avenue de Dunkerque, juist over ’t Hotel der Kursaal. Mij is het verboden tot Proven te gaan, zoo niet ware het voor mij eene werkelijke vreugde. Dient Uwen broeder niet in het 21ste R.t? Me dunkt dat ik hem gezien heb hier! Ik was echter op oefening en kon de rangen niet verlaten. Anders hadde ik hem wel bij hem aangeland!

Tot spoedig bijeen, druk ik U warm de hand, beste Téles, en blijf immer                                  Uwen verkleefden en dankbaren.

John Langeleer

P.S. Vertolk, please, mijne innigste gevoelens aan Uwe Dame  en geef dikken kus voor mij aan uwen lieven Fen.