Afzender: John Langeleer
Geadresseerde: Teles

Mijn beste Teles,

Hoe stelt u het evenals us huisgezin?

Wat mij aangaat all right hoor! Ben sedert eenige weken in ’n nieuwen sektor. Zeker kent u hem, al ware ’t slechts van hooren spreken. Merckem, Maison du Passeur, zijn ’t geene historische namen. Wij wonnen er – eenige maanden geleden – ’n flinke brok grond, wild beploegd door bom en kartets! Wat ’n verwoesting! ‘k Zag nimmer dergelijk iets, meer afschuwelijke en volledige afbeelding van den huidigen krijg!

’t Is al put en trechter, puin en modder waarover houten linten, kilometer wijd geworpen zijn. Venijnig water, dat brandt als vitriool door moorddadige gassen ontstoken, sluimert, arglistig en kil in de diepten; Prachtige reus- boomen ijzen kaal als hooge, dikke masten in den wind; oorlogsmateriaal van allerlei slach roest en rot alom- Dug- outs, zwaar en lomp, die vijfenzeventigers tarten, ja , zelf honderdtwintigers trotseeren, liggen geknakt en gefnuikt door sterker vernielingsmiddel. Lijken ontbinden zich en verpesten de lucht. Kanonnen zijn tot aan den mond in ’t slijk geankert. En gansch vooraan, loeren onze uiterste posten, in schijnbaren slaap op de vijandelijke holen – Driemaal reeds toog ik ter patroelje.

Lastig en gevaarlijk werk: de lippen der obusputten al sluipend volgen, de zenuwen als snaren gespannen, op alles voorbereid. Zoo voldaan echter, na volbrachte job, de vijftien kilometer die ons van ’t kantonnement ( oost- vleteren ) scheiden aan te vangen en er langzamerhand, met de eerste klaarte, aan het einde van te komen!

Voor ’t overige zeer tevreden: goed gehuisvest -na drie dagen lang getimmer en gedoe –  lekker eten-vrijheid volop- bad in de nabijheid-

Laatst nieuws uit België dagteekent 15 Januari: alles steeds wel, algemeene vermagering echter. Clemence woont bij tantje Flore- boulevard Leopold II, 125 , in, om des te gemakkelijker de conservatorium lessen bij te kunnen woonen. Dragen ook allen in hunne groeten op.-

Met warmste groeten aan u drieën en hartelijken handdruk,

Uw immer verkleefde,

John Langeleer