2e bureel
700#590 (2/2)
Voorwerp: Bevoorrading.- Brood en fijn gebak. Prijs en hoedanigheid.

Bekendmaking

Op grond mijnen verordening van 19 Juli 1917 betreffende de Oogstkommissie (Erwte Kommissionen) evenals der uitvoeringsbepalingen van 19 Juli 1917 tot deze verordening, heb ik, op voorstel der Centrale Oogstkommissie (Zentral Erwt-Kommission) de hoogste prijzen voor den verkoop van gedorscht korenmeel, zemelen en brood voorshands als volgt vastgesteld:

per 100 Kilo

Voor tarwe (mengtarwe) uit stapelplaats of molen geleverd       73,84

Voor rogge (inlandsche) uit stapelplaats of molen geleverd       38,20

Voor kastelein uit stapelplaats of molen geleverd                        40,49

Voor ongepeld spelt uit stapelplaats of molen geleverd              36,71

Voor zemelen uit stapelplaats of molen geleverd                         21,50

Voor tarwemeel aan bakkers of verbruiken geleverd                  82,73

Voor roggemeel aan bakkers of verbruiken geleverd                  45,99

Voor masteluinmeel aan bakkers of verbruiken geleverd          48,35

Voor tarwebrood aan verbruikers geleverd per kilo                    0.69

Deze hoogste prijzen worden op 1 April 1918 van kracht.

De provinciale Oogstkommissies (Provinzial – Erwt – Kommissionen) zijn bevoegd, voor de omschrijving van afzonderlijke gemeenten op verzoek of na raadpleging van den Burgemeester, telkens een lagere hoogsten prijs voor brood, tot het bereiden waarvan roggemeel wordt gebruikt vast te stellen.

Voor den verkoop van koren door de verbouwers aan het materiaal Hulp van Voedingskomiteit, blijven de hoogste prijzen, vastgesteld in de uitvoeringsbepalingen tot de verordening van 19 Juli 1917, betreffende oogstkommissie, van kracht.

Brussel, den 14 Maart 1918
Der Generalgouverneur in Belgiën
(get.) Freiherr von Falkenhausen.
Generaloberst.