Woensdag – Gisteren avond rond half zeven toen ik toevallig voorbij de bank kwam heb ik daar een paar honderd krijgsgevangenen gezien. Deze groep bestaande uit Russen, Italianen en Franschen verblijven in de Sint-Joriskazerne en gaan ’s morgens rond 5 uren met speciale trams naar den Ouden God waar ze gaan werken. ’s Avonds worden ze dan op de zelfde manier terug afgehaald. De bevolking wacht hen dan af met boterhammen, cigaren, cigaretten die hen, alhoewel schaarsch en duur, toch nog ruimschoots bedeeld worden.

De Russen vooral vallen er op gelijk hongerige wolven. Juist een hoop onnoozele kinderen. Terwijl de Franschen kalm en bedaard de nieuwsgierigen voorbij gaan, hen van tijd tot tijd een vriendelijk “Bonsoir messieurs et dames” toesturende of een bescheiden “Vivent les Belges” laten horen!

De Italianen daarentegen verdringen elkander om van de toeschouwers op arglistige manier eenige centen los te maken. Onder het geroep van “Italia, Italia” duwen zij elkeen hunne politiemuts onder de neus.

Wanneer deze stoet voorbij was, mag ik u verzekeren dat ik er oprecht pijnlijk van aangedaan was. Er dient echter bekend te worden dat zij in geenen deele ruw behandeld werden.