Afzender: John
Geadresseerde: Teles

Front, den 18 Maart 1918

 Mijn beste Teles,

               Ik hoop dat mijn briefje van 24 laatste maand u best toegekomen is. Nu, wij bezetten altoos denzelfden sektor en zien er danig “onzen peere“. Elke nacht dansen er de leeuwen: bombardementen helsch van heftigheid en valschheid (stikgassen), mitrailleuzengeratel zenuwtergend en afmattend- Slechts een nacht op drie tiegen wij ter loopgrachten, maar hij kan tellen, beste Teles. ’t Heen en weer gedoe bedraagt al ruim 25 kilometer , dan de uitstappen niet naar Walcheren of Zierikzee, maar in ’t duistere, geheimzinnige “ no mans land”  breken de sterkste gestellen. ’t Grenst bijna aan ’t ongelooflijke, maar we liggen soms ruim ’n uur plat op den buik in ’t kille slijk, oftewel geplekt op de lippen van ’n obuskrater. Het bloed stolt, de ingewanden krimpen, en ’t harte klopt maar altijd door want oog en oor zijn strak gespannen.  En dan komen we terug in de posten en blijven er tot het eindelijk afkomende morgenrood het oosten kleurt! En zoo volgen de dagen en de weken, menig makker verdwijnt. ‘k herhaal ’t is een oorlogssektor zooals wij er nimmer een te zien kregen: hij heeft niets aan de historische Argonne bosschen en de hoogvlakten van Craonne te benijden! Over eenige dagen ook heb ik deelgenomen aan een raid in de Duitsche linies: ik moest met twee makkers den prikkeldraad doorsnijden: vier perken knipten wij door onder mitrailleurgeschut en granatenvuur: heel het groepje dan drong in het Duitsche nest: de vogels echter hadden de vlucht genomen- ’s Anderendaags  werden we fel gefeliciteerd door kolonel en generaal en belooning werden beloofd. Wij wachten – gerust mits “we did our bit!” Reikhalzend staar ik naar de volgende maand, die mij eene vurig verbeidde “perme” medebrengt. Denkelijk ga ik naar Londen en doe het mogelijke om u een bezoek te brengen te Kales. Ik zal er u op tijd over inlichten. Nu heb ik u nog een vriendelijk verzoek te doen van gewonen aard: het is mij, zoo mogelijk vijftig frank te doen geworden, beste Teles, het totaal zoo brengend op 48O, niet? Het is voor mijn aanstaand verlof en ook om mijne kleine kosten alhier ten dekken.

Met hartelijken dank bij voorbaat, bid ik u mijne beste groeten aan Mevrouw op te dragen, tevens dikken kus aan Fen immer grooter wordenden kleinen.  En warmen klauw van uwen verkleefden,

John.

P.S. Sedert mijn jongste schrijven heb ik geen woord meer uit België ontvangen. Het schijnt dat het postverkeer met Holland afgebroken is: ik weet ook niet waar het juiste zeel in heel dat klokkenspel hangt.

Van harte,
John.