2e bureel
700#954

Uittreksel commissie van politie. Zitting van 3 april 1918.

Verkoop van goederen op de vrijdagmarkt.

De heer Langhor zegt dat hij heeft vastgesteld dat er tegenwoordig op de Vrijdagmarkt gestadig aan allerhande kleedingstukken verkocht worden, nieuwe en oud goed, vermoedelijk herkomstig van diefstal. eerst meende hij dat het opscheppen waren, maar men heeft verzekerd dat er, door de deurwaarders gemaakte opscheppen worden ingericht. Ook in de aande markt belendende huizen worden allerhande goederen verkocht, zonder tusschenkomst van deurwaarder. Dit alles is erg onregelmatig. De dieven weten derwijze waar ze met hun gestolen goederen moeten blijven. Zou er geen middel zijn die verkoopingen te verbieden?

De heer Voorzitter zegt dat desaangaande klachten binnenkwamen en de zaak door de politie onderzocht wordt.