2e bureel
700#875

Commissie van Politie
Zitting van 3 april 1918

Veiligheid op den openbaren weg.
Meerdere leden vragen dat de noodige maatregelen zouden getroffen worden om de diefstallen in de ledigstaande huizen te keer te gaan.
De heeren Steger en Wauters dringen aan en stellen meerdere maatregelen voor, namelijk het vermeerderen van het politiekorps, plaatsen van bijzondere sloten op de voordeuren van de verlaten huizen, het betrekken dier woningen door politieagenten, enz.
Al deze voorstellen geven aanleiding tot langdurige gedachtenwisselingen. Ten slotte gaat de vergadering tot akkoord met de heeren Beelde en Weyler, die doen uitschijnen dat het Gemeentebestuur alleen voor taak heeft de veiligheid op den openbaren weg te handhaven en meer niet. Binnenshuis heeft de politie niets te zien. Het zou zelfs gevaarlijk zijn op te treden gelijk gevraagd wordt, want alsdan zou men de verantwoordelijkheid van de stad kunnen inroepen. Het eenige wat men doen kan, is de veiligheid op den openbaren weg beter verzekeren door nieuwe agenten aan te werven, hun aantal te vermeerderen en de wedde te verhoogen.