Maandag – Gisteren avond lagen wij reeds te bed, toen rond half tien eensklaps nog gebeld werd. Wat mag dat zijn? Een der feldwebels, Victor Polo komt afscheid nemen. Vandaag rond twaalf uren moet hij met zijn regiment vertrekken naar het Westelijk Front. Hij denkt naar Cambrai, misschien naar Maubeuge. Men zag het hem aan dat hij het hart in was. “Binnen drij weken krijgt gij een schrijven uit gevangenschap.” Zegde hij. Hij vroeg aan Maria om nog eens een stukje piano te spelen. Speelde zelf en zong nog een zijner lievelingaria’s. (Hij was namelijk zelf een zeer ontwikkeld kapelmeester en professor aan eene middelbare school), schreef een paar versregels in hare poësie, schreef nog een muziekstukje en gingen dan rond 12 uren slapen.

Dezen morgen om half vijf heeft hij zijne kompanie vervoegd en is vertrokken om … misschien nooit meer terug te keere.