Afzender: Théofiel
Geadresseerde: Teles

Cherbourg, den 30n Mei 1918

Beste Vriend Teles,

Zeker en vast kijkt gij verwonderd op bij het vernemen en plaats van waar ik u schrijf; Uw brief van 24n dezer komt mij hier in het gasthuis te bereiken en ik wil niet uitstellen u seffens een woordje tijding te laten geworden; Wat al lang broeide, is op het einde uitgebroken. Het geschiedde in De Panne, half April. Zekeren morgen bemerkte ik met ontzetting dat ik bloed waterde. Daarna kreeg ik zulke hevige pijnen in den buik, allen aan de rechterzijde. Ik kon geen vijf stappen meer gaan, mij zelfs niet meer recht houden; de dokters wisten aanstonds niet wat er scheelde (verscheidene gissingen: steen, néphrite de guerre, dat is een soort “néphrite aiguë” die vóór den oorlog onbekend was).

Maar ondertusschen lag ik te krimpen van de verschrikkelijke pijnen in mijn bed; De tweede nacht was zelfs veel minder dan aangenaam. Rond elf uur werd De Panne eensklaps hel verlicht. Ik begreep aanstonds wat er ging gebeuren en gaf het alarm aan de menschen bij wie ik woonde en die aanstonds den kelder in vluchtten; Beschieting uit zee. De huisgenooten hadden mij schoon toe te roepen ook in den kelder te komen, ik had er den moed niet toe; doch toen het gedonder en het gekraak bleef voortduren, beet ik op mijn tanden en kwam uit mijn bed om mij aan te kleeden en de anderen te vervoegen. Ik had te veel van mijn krachten verhoopt. Ik viel lang uitgestrekt op den vloer en was nog blij zachtjes terug in mijn bed te kunnen kruipen, zonder iemands hulp. Ik moet toch bekennen dat ik blij was toen de beschieting een einde nam. Dat waren maar aardige oogenblikken, maar ik zat toch veel meer in met de pijnen dan met de obussen: de eersten deden de laatsten veel van hunne waarde verliezen.

Den 17n, toen ik mij min of meer op mijne beenen kon houden voor eenige minuten, werd ik plots, met spoed, “geëvacueerd”. 5 dagen ben ik dan, zoo op eigen krachten, op weg geweest, langs Bray- Dunes, Isenberghe, Bergue, Dunkerque, Calais, Paris, om hier den 22n ’s avonds, half dood toe te komen. O, als ik op die vermaledijde reis denk! Gansch het gestel was zoo wat aangetast, algemeene zwakte, uitputting (anémie profonde, heb ik op mijn fiche gelezen) met bijzonder terugkaatsing op lever, nieren en blaas. Gelukkiglijk was niet een dier organen ernstig aangetast, en voor een veertiental dagen bevond ik mij reeds veel beter dan ik ooit in De Panne geweest was. En dan ben ik helaas! terug ingevallen. Dezen keer waren het dezelfde ijselijke pijnen aan de linkerzijde, met nog al veel bloedverlies. Tien dagen plat in mijn bed, daarna de ….grippe: hevige koorts bij de 41°, hevige pijnen in het hoofd, den nek, den bovenrug, de lenden.

Teles, jongen, ze hebben mij erg beet gehad. Maar de moed komt terug boven. Het betert dagelijks en binnen eenige weken hoop ik van alles af te zijn.- geval Van Mol. Vóór mijn vertrek heb ik uw eerste brief aan Pireaux getoond en hem doen beloven het noodige te doen. Doch te laat reeds. Een algemeene maatregel belette de agenten van groep V los te laten, tenzij om ze op hun verlangen naar het aangewezen “Camp d’ instruction” te laten gaan. Ziedaar wat Pireaux mij geschreven heeft. – ik zal waarschijnlijk niet meer terugkeeren naar de s.c.Fc. Het ministerie komt mij te melden dat ik mij mag tot de beschikking stellen van den dienst TM (Dupuis), waarschijnlijk te Coudekerque; de hoogere indemniteit zet mij aan dat aan te nemen. De Panne deugt toch ook niet meer. – Michaux is in het ministerie te Le Havre. Nu moet ik eindigen.

Dag, goede vriend, een warmen handdruk en mijn beste groeten aan uwe dierbare familie die het nog goed stelt, hoop ik.

Uw verkleefde
Theofiel