Afzender: T. B.
Geadresseerde: John

Calais, den 24n Juni 1918

My dear John,

U brengt me in nesten! Ik ben geneigd u den aanhef toe te passen, waarmede Boileau Lodewijk XIV begroette in zijne Ode over La Prise de Namur: Ô Grand Roi, cesse de vaincre, ou je cesse d’écrire!
Bij uw vorige onderscheiding heb ik u een prachtig versje kunnen voordisschen: “Het voegt u, Belgen, niet voor anderen te wijken!”

Doch ik kan dat citaat wellevendheidshalve maar éénmaal gebruiken.
Daarom zit ik nu stop! Wat moet ik u nu vertellen om u mijne gevoelens van waardering mede te deelen? Hoe moet ik ze inkleeden? Hoe ze u presentabel aanbieden? Verontschuldig mijne deernis, maar mijn beste jongen, u zijt een prachtige kerel, hoor: dat is , zonder rijm of dicht, mijne innigste gedachte.
En dat u gaaf en ongeschonden , uit de helsche furie ontsnapt zijt is wel het schoonste van de zaak.
My dear John, ontvang de verzekering mijner innigste toewijding voor uwen jeugdigen heldenmoed en voor uw koen beleid.

Aanvaard ook vanwege vrouw en kind de meest hartelijke deelneming in uwe geesten (=oud Nederlandsch woord voor gestes, faits de gestes), en laat niet na- zoo het u aan tijd niet ontbreekt – bij uwen aanstaanden doortocht naar Engeland te onzent af te stappen;

Uw immer verkleefde,
T.B.