Antwerpen, 24 Augustus 1918

 

Aan den heer Burgemeester van de stad Antwerpen.

 

In den laatsten tijd hebben ter gelegenheid van aanhoudingen en inbeslagnemingen, die door Duitsche beambten werden uitgevoerd, herhaaldelijk betoogingen en samenscholingen plaats gehad. In plaats van de menigte uiteen te drijven is de politie in hoofdzaak werkeloos gebleven of is ze toch niet voldoende krachtdadig opgetreden.

 

Het geheele politiepersoneel moet nogmaals ten strengste onderricht worden, in en buiten zijn dienst Duitsche militairen en Duitsche beambten bij de uitoefening van hun dienst tegenover het publiek op elke wijze te ondersteunen, hun op verzoek krachtdadig hulp te verstrekken en, zoo noodig ook ongevraagd tot hun bescherming dadelijk op te treden, wanneer hun verzet wordt betoond of de uitoefening van een diensthandeling op andere wijze wordt belemmerd.

 

De politie moet in het bijzonder samenscholingen door een streng optreden tijden uiteendrijven. Is het er plaatse dienstdoende politiepersoneel voor het herstellen van orde niet voldoende, dan moet door dit personeel een passende versterking van politiemanschappen dadelijk opgevorderd worden. De opgevorderde versterking moet telkens dadelijk gezonden worden.

 

Krijgt een politiebediende van een samenscholing kennis, of neemt hij teekens waar, die een samenscholing doen vreezen, zoo moet hij dadelijk onverschillig of hij in of buiten dienst is, het dichtst bijgelegen politiekommissariaat waarschuwen, dat dan voor de noodige maatregelen ter onderdrukking van het opstootje moet zorgen. De politiecommissarissen zijn er persoonlijk voor verantwoordelijk, dat hun personeel de mededeeling van dergelijke gevallen op geen enkele wijze uitstelt en dat zonder vrees voor de bevolking opgetreden wordt.

 

Het nalatige politiepersoneel zal zonder toegevendheid ter verantwoording geroepen worden.

 

De gemeente is verantwoordelijk voor de schade, die bij opstootjes wordt veroorzaakt. Haar staat eventueel, afgezien van andere maatregelen, de toepassing van eene gevoelige geldboete te wachten.

 

De ontvangst van het onderhevige schrijven verzoek ik mij binnen de 3 dagen te bevestigen.

 

De Mil. Pol. Mtr.,

von Wilm,

Majoor.