2e bureel
700#713

Verordening van den Heer Gouverneur-Generaal van 20 Juli 1918 tegen den woekerhandel in vee en vleesh.

Zooals ik vernomen heb, zijn er onder de boeren stroomingen waarneembaar, het slachtvee, dat voor den verkoop bestemd is, terug te houden in de hoop later hiervoor hooge prijzen te maken. Ik kan niet dulden, dat er door het handelen van gewetenlooze personen, die uit de nood van hunne medeburgers profijt te trekken en slechts woekerwinsten willen maken, een stilstand in de verzorging met vleesch van de stadsbevolking plaats vindt. Ik verzoek U daarom onmiddellijk Uwe gemeenteinwoners te laten weten, dat ik, op grond van Artikel 12 Paragraaf 2van de verordening van den Heer Generaal-Gouverneur van 10 Juni 1917, ten strengste den woekerhandel in artikelen van het dagelijksch gebruik, bijzonder levens- en voedermiddelen, door onteigening van slachtrijp en marktvee zal tegengaan, zoodra het mij ter oore komt, dat veehandelaars Uwer gemeente weigeren, de benoodigde dieren aan de door mij tot den veehandel aangestelde personen voor de als betamelijk genoemde prijzen te verkoopen. Voor de door onteigening verkregen dieren, die het stadsbestuur van Antwerpen ter slachting en verdeeling onder de onbemiddelde bevolking ter beschikking gesteld worden, wordt een prijs betaald die wezenlijk lager zijn al dan de Antwerpsche marktprijs.

Ik verwacht van U, dat U in het belang Uwer gemeentelijk bevolking alles zult doen opdat de Antwerpsche veemarkt genoegzaam met vee voorzien wordt, anders zou ik mij tot mijn groot spijt gedwongen zien de aangekondigde maatregelen dadelijk ten uitvoer te brengen, die onvermijdelijk misschien hard zijn zullen.

Schramm,
Senator.