Dit is een brief geschreven naar aanleiding van de huisvestigingen van Franse vluchtelingen onder de Antwerpse burgers.

Borgerhout, 14 september 1918

Aan den Heer Moertens, Schepen

Ik heb de eer u een feit kenbaar te maken die de huisvesting van vluchtelingen, ten mijnen, aangaat. Ik heb in huis twee teeringlijders, daar de tuberculose eene besmettelijke ziekte is, denk ik dat u eene groote verantwoordelijkheid op u neemt, in geval er bij mij vluchtelingen gehuisvest worden. Door die zieken heb ik ook geene slaapkamers beschikbaar en het overschot van het huis wordt gebruikt voor het drogen van linnen, aan mijne klanten toebehoorende, en waarvoor ik verantwoordelijk ben. Het linnen hangt bij ons in heel het huis, oneerlijke mensen zouden dus vrij spel hebben.

In hoop dat u mijn geval met welwillendheid zult onderzoeken, bied ik u mijne eerbiedige groeten

Debersaquus Bleekes
Florastraat 10, Borgerhout