Stad Antwerpen.
Gemeentebestuur.
2e Bureel
Nr.68

Voorwerp: Begraafplaats. Politie.
Minuut.

Antwerpen, den 29n October 1918

Het College van Burgemeester en Schepenen aan de Kaiserliche Kommandatur, alhier.

De Stad is zoo vrij ter kennis te brengen van de Kaiserliche Kommandatur dat, naar luid van eene mededeeling van een toezichter der Stedelijke Begraafplaats, de Majoor van de Lazaretten zou verklaard hebben, voortaan geene toelatingen voor begraving meer voor te brengen, wanneer het gold Duitsche krijgslieden te begraven.

Wij kunnen ons tegen dit voornemen niet verzetten doch wij drukken er ten zeerste op, dat het een voorschrift geldt van de Belgische wet en ten tweede dat de maatregel hoofdzakelijk voor doel heeft, de belangen der ouders, broeders of echtgenooten van de begraven krijgslieden te vrijwaren.

Wanneer de vrede zal hersteld zijn en de familiën der begraven manschappen het verlangen, zullen uitdrukken sommige lijken te ontgraven, om ze naar hun vaderland over te brengen, zal het ons voortaan feitelijk onmogelijk zijn, aan dit verzoek eenig gevolg te geven, aangezien wij, volgens onze boekhouding, volstrekt geene zekerheid meer zullen hebben betreffende de eenzelvigheid der begraven lijken.

Bij verordening,
De Secretaris
(onleesbaar)

Het College
(onleesbaar)