Brief 212 / 133                                                                                              22 / 10 / 1918

Afzender: Euphrasie en Emelie Buyssens

Geadresseerde: zoon en kleinzoon

Parijs den 22 October 1918.

Beminden zoon en kleinzoon.

Het heeft mij diep getroffen over het ongeluk die u kom te slagen omdat het op zulke ongelukkige omstandigheid gebuur is, gij mag u nog gelukkig achten dat zij dood is,

Optatus , had mij in het begin van de maand geschreven dat het een beetje beter was met Thérèse en ik was van zijn van deze week te schrijven dat gij in verlof ging moeten naar Poperinghe komen, en dat Thérèse en den kleine met de Paasch vacantie ging kunnen komen, maar helaas , ik had ze toch nog zoo geerne gezien, ik weet nog niet wanneer wij zullen mogen vertrekken.  Elise Lemahieu is bij ons geweest, en de stad Poperinghe was al het volk weg en den trein liep nog niet tot Poperinghe, zoudet gij mij daarover inlichting kunnen geven, ik zou dan stappen aanwenden om te kunnen vertrekken, en dan zou ik kunnen weten of dien persoon in Poperinghe is waar bij wij zullen woonen,

Wel Télèsphore wat verlang ik om u en uw kleinen te zien, gelukkiglijk dat gij nog bij goede menschen gevallen zijt, Dat zal u verdriet wat verzachten, alszoo op een vreede zijn.

Brengt mijne beste groeten aan de famille Vanmeerbeck als aan mijn toekomende schoondochter en vraagt haar of er aan Optatus nog geen ongelukken overgekomen en zijn, nu met die groete beweeging. Met ons gaat het nog goed. Marie, weet nog niets van haar man.

Ontvangt van u beminde Moeder en Tante een liefde kus en druk uwen kleinen Telespore aan uw hert, voor uw Moeder en Tante Euphrasie en Emelie.

Vve Buyssens