Aan de Heeren van den Belgischen Militairen Staf,

Frans Heylaert en zijne dochter, gewezen boer te Santvliet, leeft nu op zijne renten in dit dorp, heeft altijd met de Duitschers omgegaan en zich een half millioen met hem rijk gesmokkeld, maar is nadiend doch door de Duitsche overheid voor dit smakkelen naar Heyst op den Berg in de maand maart 1918 verbanen.

Ik woond ten dien tijde te Heyst. Zoo kwam Heylaerts bidden en smeeken om bij mij in te wonen, zoodat ik hem innam zonder te weten dat hij een smokkelaar was en met de duitschers omging. Daags nadien nam hij reeds 2 Hollanders in de kost: een zekere Koreman en ook een zekere John (familienaam onbekend) wonende beide te Esschen aan de Belgische grens.

Deze John – spion van de Duitschers – heeft me verteld dat als er Engelsche met een goeden pas in Belgie kwamen; zie reeds veertien dagen daarna door den kop werden geschoten daar hij – John – ze aan den vijand ging verraden. Daar hij ook in zijn eigen land Holland niet meer mag komen, is hij van plan zegt hij naar Californië (Amerika) te gaan. Alle dagen kwamen er 15 a 20 duitschers zich bij hem amuseeren en daar ik met sterk tegen die dingen verzetten moest ik mijn woning verlaten, daar ze me dreigde in het gevang te laten draaien.

Met deze blijk ik,
Uwen onderdanigen dienaar
Charles Peeters, Lange Van Bloerstraat 89 T/S