’s Morgens om 8 uur wordt  papa aangehouden. Daar de geheime agent eene kennis is, krijgt hij verlof zich om 2 ure aan te bieden op het politiebureau der Zilversmidstraat. Hij denkt zich nogmaals, zoals al zo dikwijls te kunnen verdedigen. Ik ga met hem mee om nieuws. Van het Politiebureau gingen wij naar de Kommandantur der Minderbroedersrui.

De genoemde agent kwam mij verwittigen (ik was namelijk op straat blijven wachten) dat papa daar moest blijven, en hij wees mij den weg om aan den Oberst te gaan vragen waarom. Deze maakte mij kort en bondig bekend dat Papa 200 dagen moest zitten omdat hij zijne boet van 2000 Mark niet betaald had. Ik kon dit dan met moeite aan papa gaan bekend maken , want een Duitsch soldaat stond tusschen ons beiden. Dit was alles wat ik thuis kon gaan vertellen!!

Pas was ik ene uur thuis, toen H. Goethals, die van “De Vooruitgang” naar de censuur was moeten gaan, bij ons kwam aanbellen. Zij konden met hem niets aanvangen, ze moesten mij persoonlijk spreken. Ik dacht aanstonds dat dit in verband stond met de anhouding van papa. Wij trokken samen af en weet gij nu waarom het was. Ik had die vergadering eenen dag te laat aangevraagd. Ik haastte mij terug naar huis om ze gerust te stellen.